• Algemene afbeelding 3
  • Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 2
Geschiedenis

De geschiedenis in drie fasen (1992 – 2010)

De ontwikkeling van het buurtpastoraat laat zich beschrijven in drie fasen en in drie componenten. Wat betreft deze componenten het volgende. Vanaf de start van het buurtpastoraat was het duidelijk dat de opdrachtgevers (Aartsbisdom Utrecht en het dekenaat Utrecht) drie dingen voor ogen hadden: het ontwikkelen van een nieuwe vorm van pastoraat dat vooral in stadsbuurten een nieuwe impuls zou kunnen geven aan de aanwezigheid van kerk en pastoraat; systematische begeleiding en reflectie met behulp van wetenschappelijke onderzoekers; en de overdracht van de opgedane ervaringen en expertise naar collega (parochie)-pastores.

3.1 De eerste fase (1992-1998): start en ontwikkeling

'Van niets naar iets'
De opdracht aan de twee pastores bij de start was kort: "Ga maar, met het evangelie als bagage, en zie of je er kunt zijn met en voor de mensen". Vanuit deze summiere opdracht om aanwezig te zijn in twee Utrechtse buurten hebben de beide pastores hun weg naar de mensen en in de buurt gezocht. Doordat ze met veel volharding in de buurt en bij de mensen zijn gebleven en zo een eigen plek hebben gevonden in de netwerken van de buurt, hebben ze ook aansluiting gevonden bij mensen en groepen van mensen die vaak niet of nauwelijks in beeld zijn bij andere hulpverleners in de buurt. Elke werker volgt daarbij een eigen spoor. Dit spoor wordt bepaald door de specifieke mogelijkheden van de buurt én door eigen talenten van de pastores. Zowel de context als de eigen persoon is in hoge mate bepalend voor de ontwikkeling van de vorm van het buurtpastoraat.

Wetenschappelijk onderzoek
Het unieke van het buurtpastoraat Utrecht is dat het project van meet af aan gekoppeld is aan wetenschappelijk onderzoek. Prof. Andries Baart heeft in samenwerking met andere onderzoekers het project van het begin af aan gevolgd. De ervaringen van de beide pastores zijn nauwkeurig beschreven en geanalyseerd. De beide pastores hebben een substantieel deel van hun werktijd besteed aan het beschrijven van hun ervaringen en aan eigen reflectie. De uitvoerige en zeer lezenswaardige jaarverslagen zijn hier een getuige van. Deze inspanningen hebben uiteindelijk geleid tot een standaardwerk over wat "de presentiebenadering" is gaan heten. (Andries Baart, Een theorie van de presentie, Utrecht 2001). Dit werk heeft nationaal en internationaal aandacht gekregen, niet alleen in de wereld van de kerken, maar misschien nog meer in de wereld van het welzijnswerk.

De presentiebenadering
De presentiebenadering wordt gekenmerkt door een lange adem. Pas op de lange duur ontstaan er dusdanige contacten met de vaak moeilijk bereikbare doelgroep, dat er wezenlijke zaken aan de orde kunnen komen. De benadering heeft een aantal specifieke kenmerken.

a. Leefwereldbenadering
Welbewust en met een langdurige, trouwe en volhardende aanwezigheid wordt vanaf de straat, zonder een vaste plek (een kantoor of pandje) en zonder een van te voren bepaalde agenda of aandachtsfocus contact gezocht met bewoners, hun leefwereld, hun levensloop en -geschiedenis. De buurtpastores begeven zich om zo te zeggen in de haarvaten van een bepaalde buurt, dat wil zeggen in de alledaagse situatie waarin mensen leven: op straat, in hun huis, in een speeltuin, e.d.

b. Integrale benadering

Op basis van wat er in de buurt leeft en op de vragen die bewoners stellen krijgt het werk inhoud en vorm. Iedereen en allerlei thema's (o.a. op het gebied van gezondheidszorg, huisvesting, financiën, verslaving, sociaal verkeer, gezinsproblematiek, zingeving) kunnen in beginsel en vooral in hun onderlinge samenhang in beeld komen.

c. Grote bandbreedte
Het buurtpastoraat richt zich op buurtbewoners van alle leeftijden, culturen, geslachten en (on)geloven; op alle levensterreinen; op een breed scala van activiteiten, niet alleen individueel, maar ook met groepen; niet alleen hulpverlenend, maar evenzeer dienstverlenend en activerend.

Verhalen uit de buurt
Naast deze hier beschreven wetenschappelijke reflectie is er nog een andere vorm van 'reflectie' belangrijk geworden voor het buurtpastoraat, namelijk die op de verhalen uit de buurt. Een belangrijk 'product' van het buurtpastoraat is de aangroeiende verzameling van (reflectieve) verhalen vanuit de buurt, zoals die neergeschreven worden in jaarverslagen, bijdragen in bundels en columns van periodieken.

Overdracht
Van begin af aan hebben de opdrachtgevers de pastores en de parochies in de buurten waarin zij werken gevraagd om samen te onderzoeken in welke mate het buurtpastoraat te integreren is in de parochie. De buurtpastores rapporteren (o.a. in de geschreven verhalen) aan hun collega's, er wordt gesproken over de verschillen en overeenkomsten tussen parochiepastoraat en buurtpastoraat. Een belangrijke conclusie is dat buurtpastoraat en parochiepastoraat beide te zeer een eigen karakter hebben om volledig te kunnen integreren. Hier ontstaat al de gedachte dat het buurtpastoraat voor andere vormen van pastoraat vooral een leerplek kan zijn, waarbij het van belang is om de eigen plaats in de buurt én temidden van de buurtbewoners te bewaren.

3.2 De tweede fase (1998-2005): intensivering en verbreding

'Intensivering en verbreding'
De basis van het werk blijft voor een substantieel deel bestaan uit de opbouw van relaties door langdurige en trouwe aanwezigheid. Dit gebeurt door aanwezigheid op straat en contactwerk in de thuissituatie van bewoners.

De ontwikkeling van het werk in de buurten wordt door de langdurige aanwezigheid in de eerste plaats gekenmerkt door een intensivering van de contacten. De buurtpastores zijn vaak degenen die het langst in de buurt zijn en vormen daardoor een belangrijke schakel in allerlei contacten. Ook ontmoeten ze bewoners in een andere levensfase. De kinderen van een paar jaar geleden zijn nu de jongeren in de wijk. Kortom, de langdurige aanwezigheid geeft een nieuwe, eigen dynamiek aan het werk.

Wat betreft de aard van de contacten kunnen we naast de opbouw en uitbouw van relaties de volgende twee vormen onderscheiden: toeleidende én ondersteunende/begeleidende activiteiten.

Vanuit de contacten die ontstaan, probeert de buurtpastor als een maatje met mensen op te trekken op hun weg naar en binnen het circuit van hulp-, zorg- en dienstverlening. Er wordt voorwerk verricht om mensen te stimuleren en aan te moedigen om op weg te gaan; de buurtpastor gaat mee als het nodig is en vangt op als het misgaat.

De ondersteunende en begeleidende activiteiten zijn vooral gericht op 'empowerment' met als doel het behoeden voor psychische en sociale uitval en bevorderen van zelfrespect. Waar deze ondersteuning en begeleiding aan groepen wordt gegeven gaat het ook om het versterken van onderlinge betrokkenheid en van de sociale samenhang, evenals het reguleren van conflicten.

Verbindende schakel
De brede en integrale benadering van het buurtpastoraat brengt ook met zich mee dat er al doende allerlei raakvlakken en samenwerkingsverbanden ontstaan, niet alleen met het reguliere welzijnswerk, maar ook met politie, scholen, woningcorporaties, sociale dienst, huisartsen, de GGD e.a. Net zoals de contacten met de buurtbewoners zijn ook deze veelkleurig, veelsoortig en integrerend. Bovendien is de buurtpastor als een actieve 'buurtnetwerker' in veel opzichten een verbindingsschakel tussen bewoners en allerlei instanties

Wetenschappelijke reflectie
Het boek over de presentiebenadering heeft een enorme weerklank gevonden in de wereld van welzijnswerk, zorg, onderwijs en pastoraat. Voor het buurtpastoraat betekende dit niet alleen een erkenning van het project, maar ook een opdracht om op een eigen wijze een bijdrage te blijven leveren aan de implementatie en de verdere ontwikkeling van de presentiebenadering.

De beide pastores hebben een deel van hun tijd gegeven aan allerlei conferenties en studiebijeenkomsten rond de presentiebenadering. Daarbij ging het niet alleen om de inbreng van ervaringen, maar ook om eigen bijdragen in de (theologische) reflecties op die ervaringen.

Overdracht
In deze periode heeft de overdracht een zwaarder accent gekregen. De overdracht binnen het kerkelijke veld kwam vooral in het teken te staan van het reorganisatie- en vernieuwingsproces in het Aartsbisdom onder het motto 'Op weg naar een missionaire kerk'. Het buurtpastoraat wordt in dit proces gezien als een instantie die een bijdrage kan leveren aan de vorming en training van pastores in een nieuwe manier van werken.

Vanuit het werken in de buurt zelf groeien de contacten met andere welzijnswerkers en hun instellingen in vormen van casusgerichte samenwerking, professionele signalering en contact op centrale ontmoetingsplekken in de buurt. In deze contacten blijkt een toenemende behoefte om zich te verstaan met de presentiebenadering. Het is dan ook significant dat in deze periode de gemeente Utrecht deze vorm van overdracht door een stevige subsidie aan het buurtpastoraat ondersteunt.

3.3 De derde fase (2006 – 2010): continuering

Continuering in de buurt
In de ontwikkeling van het werk in de buurt doet zich de vraag voor wat de aanwezigheid in de buurt betekent. In de beginfase heeft de aanwezigheid een duidelijk territoriaal accent. Aanwezigheid in de buurt betekent aanwezigheid in (een deel) van de Rivierenwijk en in de Eerste Daalsedijkbuurt. Al gaande komt het accent steeds sterker te liggen op de aanwezigheid bij de bewoners en op het volgen van de bewoners. Als bewoners door hun activiteiten over de grenzen van hun buurt heenkijken en soms in grotere verbanden samen met bewoners van gelijksoortige buurten zaken organiseren, volgen de buurtpastores. In feite wordt vastgehouden aan het uitgangspunt dat de leefwereld en de eigen dynamiek van buurtbewoners het centrale uitgangspunt van werken blijft. Deze vorm van presentie blijft het kloppende hart van het buurtpastoraat.

Een gelijksoortige dynamiek zien we in de contacten met de werkers. Hierboven hebben we al gezegd dat de brede en integrale aandacht van het buurtpastoraat zich ook uitstrekt naar de werkers in de buurt. De pastores hebben ook naar hen toe soms de rol van ondersteuner en coach. Ook hier kan soms sprake zijn van volgende ondersteuning als een werker vanuit zijn organisatie in een andere wijk gaat werken.

Wetenschappelijke reflectie
Ook in deze periode is het buurtpastoraat opnieuw een belangrijke vindplaats voor wetenschappelijke reflectie. De beide pastores hebben meegedaan aan een groot tweejarig onderzoek naar hybride vrijwilligers en multiproblem gezinnen, dat met financiële steun van het ministerie van VWS is uitgevoerd door Actioma. Het buurtpastoraat is niet alleen aantrekkelijk voor wetenschappelijk onderzoek, maar deze aantrekkingskracht waarborgt ook een soort permanente openbare externe toetsing van de kwaliteit van het buurtpastoraat. In de loop van 2010 start een vierjarig onderzoeksproject, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, met betrekking tot het buurthuis de Nieuwe Jutter en de receptuur van werken volgens de presentiebenadering door de betreffende buurtpastor.

Overdracht
Vanwege zijn vermogen aansluiting te vinden bij mensen en groepen die voor andere instanties soms moeilijk te bereiken zijn, heeft het buurtpastoraat ook de aandacht getrokken van instellingen en organisaties, die zich bezig houden met de leefbaarheid in achterstandswijken. Er komen steeds meer vragen naar de mogelijkheden van de presentiebenadering voor deze instellingen en organisaties. Een van de buurtpastores heeft als coach meegewerkt aan de begeleiding van een groep welzijnswerkers. Binnen een grote woningcorporatie wordt de gedachte ontwikkeld om bepaalde werknemers (bijvoorbeeld huismeesters) op een meer presentieachtige manier te laten werken. Een van de buurtpastores fungeert als co-trainer in een tweejarig project in Rotterdam waarin werkers binnen een voorziening voor ambulante psychiatrie en dakloze gezinnen leren te werken volgens de presentiebenadering.

Bestuurlijke inordening
In deze periode vindt een fundamentele wijziging plaats in de bestuurlijke inordening van het werk. Vanaf het begin (1992) vindt het werk plaats onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het dekenaat Utrecht (later Utrecht-Oudenrijn), dat ook als werkgever optreedt. De beide pastores werken op basis van een pastorale opdracht van de diocesane bisschop, en worden inhoudelijk ondersteund door een bestuurscommissie van het dekenaat. In het jaar 2008 kondigt de bisschop van Utrecht aan de dekenaten op te heffen en tevens de beide buurtpastores niet langer meer de zending te verlenen. Op 3 november 2008 wordt de Stichting Buurtpastoraat Utrecht opgericht en een bestuur ingericht. Op 1 februari 2009 komen de beide buurtpastores als werknemer in dienst van de Stichting Buurtpastoraat Utrecht. Het bestuur maakt daarbij uitdrukkelijk de beleidskeuze om het werk als pastoraat voort te zetten.

Nieuw project
In de loop van 2010 stelt het Stichtingsbestuur een derde buurtpastor (0,6 fte) aan in de buurt Queeckhovenplein (Zuilen). Het betreft een project met de beoogde duur van vijf jaar, waarin het buurtpastoraat samenwerkt met de Stichting Presentie en de woningcorporatie Mitros. Er worden ongeveer 240 woningen gesloopt en nog eens ongeveer 200 woningen gerenoveerd. De buurtpastor heeft tot taak om de buurtbewoners in deze onrustige periode goede zorg te geven volgens de presentiebenadering (individueel spoor). De buurtpastor streeft ernaar verbindingen te leggen en mee te werken aan een goed leef- en woonklimaat (buurtspoor). Tevens denkt de buurtpastor actief mee over de wijze waarop present werken bij Mitros voet aan de grond zou kunnen krijgen (methodiekspoor).

3.4  Samenvattend: wat hebben we bereikt?

In zijn 18-jarig bestaan heeft het buurtpastoraat zich ontwikkeld tot een vernieuwende vorm van pastoraat die vanwege zijn presentiebenadering een exemplarische uitstraling heeft gekregen naar de wereld van het welzijnswerk, van de zorg, van het onderwijs.

  • Juist door de leefwereldbenadering en de integrale en brede optiek van werken betrekt het buurtpastoraat mensen bij de samenleving in de buurt en lokt al doende sociale integratie uit bij mensen, die tot een moeilijk bereikbare groep behoren. Op deze manier worden mensen ook bereikbaar voor zorg- hulp- en dienstverlening die met de reguliere kanalen moeilijk of niet bereikt worden.
  • Zijn de buurten er door het buurtpastoraat beter op geworden? Om deze vraag goed te beantwoorden moeten we binnen de termen van de presentiebenadering blijven, waarin het doel eerder in termen van het proces dan het product geformuleerd moet worden. In die zin is het gelukt om dichter bij een aantal mensen te komen en hen zo te ondersteunen in hun zoeken naar waardigheid in hun leven. Dit kan er op de lange duur toe bijdragen dat de leefbaarheid in de buurt toeneemt. Dit blijkt ook uit reactie van derden op de aanwezigheid van de buurtpastores in een buurt. (1)
  • Rond het buurtpastoraat zijn in de stad allerlei belangrijke netwerken van contacten ontstaan met werkers en organisaties, waardoor de pastorale presentiebenadering als een betekenisvolle benadering in het zorg- en welzijnswerk wordt ervaren.
  • Het buurtpastoraat heeft zich in het bisdom Utrecht tot een gekende leerplek voor missionair pastoraat ontwikkeld.
  • De buurtpastores hebben een expertise ontwikkeld om pastores en werkers in andere sectoren te coachen in een meer presentieachtige manier van werken
  • Het buurtpastoraat heeft zich ontwikkeld tot een belangrijke leerplek voor (wetenschappelijke) reflectie rond belangrijke thema's die samenhangen met vernieuwend pastoraat en het leven in aandachtswijken.

1 zie o.a.  A. Baart, Een theorie van de presentie Utrecht 2001, 505-633 (over de betekenis van de pastores in de beleving van buurtbewoners); A. Baart, Kwetsbaar, maar niet alleen, Actioma 's-Hertogenbosch 2007 ( zie de onderzoeksverslagen over het bereiken en steunen van multiproblem gezinnen en van kwetsbare kinderen en jongeren; Het juryrapport 'het Trefpunt' van de toekenning van het 'Appeltje van Oranje' aan het Trefpunt in de Rivierenwijk ( te vinden op www.oranjefonds.nl)

 
 
*