• Daalsebuurt 1
  • Daalsebuurt 5
  • Daalsebuurt 6
Daalsebuurt
De Buurtpastor in deze buurt

Voor hen ben ik buurtpastor, op straat, in de speeltuin, bij hen thuis, samen op pad of via de sms en kaartjes. Ik deel hun leven, ken het en ben beschikbaar. Ze vragen me naar hen te luisteren, ze te zien en eren, mee te denken waar het moeilijk is en op te letten als er gevaar dreigt. Ze vragen me ook mee te eten, te vieren wat goed en te versterken wat zwak is. Het maakt niet uit op welk terrein, van bestaansvragen tot financiën, van huiselijk geweld tot school en van een lekke band tot een onbegrijpelijk formulier. Soms spreek ik kinderen of volwassenen alléén, maar vaak vormen zich groepjes, dikwijls zoeken ze mij op in de speeltuin, maar vaak stap ik op hen af en zoek ik hen op. Samen werken we aan geluk, aan hun goede recht, aan nabije zorg en een leefbare buurt.

Lees verder...

 
Beschrijving Daalsebuurt

Ik werk in de 1e Daalsedijkbuurt, al sinds 1992, niet in een eigen pandje maar vanaf de straat en de speeltuin. De buurt is in de jaren '90 sterk veranderd door (ver)nieuwbouw en kent nu twee soorten bewoners: het ene deel is 'vlottend', woont dus kort in de buurt en vertrekt snel naar elders (studenten, starters). Ik werk vooral met het andere deel: een multiculturele, bonte mix van grote en kleine mensen, alleenstaanden en grote gezinnen, met weinig kansen maar vele talenten, vaak met een kleine beurs maar met grote zorgen, met gering maatschappelijk aanzien maar grote verlangens, vaak ontworteld en nergens meer thuis en toch in de buurt. Daar samenleven vraagt veel van hen en je ontworstelen aan de beperkingen zo mogelijk nog meer. Het huidige politieke en maatschappelijke klimaat maakt het er zeker niet gemakkelijker op.

lees verder...

 
De Buurt

De 1eDaalsedijkbuurt ligt ingeklemd tussen 'het spoor' en twee drukke wegen: de Daalsetunnel en de Amsterdamsestraatweg. Geen gated community, wel een afgebakend buurtje.  Toen ik in 1992 hier be­gon met mijn werk, was een groot sloop- en nieuwbouwproject in de afrondende fase. In ruim de helft van de buurt waren kleine arbeiderswoningen gesloopt en straten opgedoekt, maar een gedeelte was blijven staan. Laagbouw was hoogbouw geworden. Het buurthuis moest nog gesloopt, inclusief het verscholen speeltuintje dat vervangen zou worden door een uitgerekte speeltuin langs het spoor. Daarnaast zou nog een (koop-)flat gebouwd worden en het theater 'Huis aan de Werf' moest nog in een voormalige basisschool komen, als vreemde eend in de bijt. 'Ria' was er nog: van oudsher dé buurtwinkel, waar vooral 'witte' mensen gebruik van maakten en waar je nog op de pof kon kopen met alle nieuwtjes op de koop toe. Toen de Albert Heijn zich vestigde in 2005 op de Amsterdamse­straatweg, was het gauw gedaan met 'Ria'. De buurt omarmde de AH. Het mooie is dat de buurtwinkelfunctie gebleven en zelfs verbreed is: iedereen komt daar. Niet alleen om iets te kopen – je ontmoet elkaar daar; jongeren uit de buurt vinden er werk; en de eigenaren hebben zich op sociale wijze verbonden met de buurt: niet alleen verdienen aan de buurt, er ook dienstbaar aan zijn, is hun motto.

Door de hoogbouw zijn er niet alleen méér mensen komen wonen op dit lapje grond, de samenstelling van buurtbewoners veranderde ook. Mensen die hun wortels hebben in vooral Turkije en Marokko werden buren van lang gewortelde Nederlandse grootfamilies. Ik weet niet of dat voorheen ook zo was, maar het is een kinderrijke buurt, terwijl in de flat tegenover de speeltuin vooral oudere mensen zijn komen wonen. De laatste tijd zie ik de 1eDaalsedijk veranderen: de nog oude huizen worden opgekocht, opgeknapt en weer doorverkocht. Het lijkt erop dat daar vooral starters zijn komen wonen, met daar tussendoor veel studenten en wat Polen. De meesten van hen wonen in deze huizen maar niet in de buurt; daar lijken ze (nog?) niks mee te hebben. In die zin zie je echt een tweedeling in de buurt: onthechte en gehechte mensen.

Het is een buurt, kortom, waar de multiculturele samenleving geleefd wordt, tegen wil en dank soms, maar toch: het moet hier wel! En dat is weerbarstig en prachtig tegelijk, kansrijk en problematisch. Mensen schuren tegen elkaar, wat zeer doet, warmte geeft én elkaar vormt.

De Speeltuin in deze buurt

Behalve de AH is er nog een, al veel oudere, laagdrempelige ontmoetingsplek in de buurt. Tegen de rand van het spoor ligt een grote speeltuin: De Duizendpoot. Het is een beheerde speeltuin: na sluitingstijd gaat het hek dicht en is alleen de voetbalkooi nog open, waar dan vooral grote jongens gebruik van maken. Overdag zijn er twee speeltuinleiders en is het de speeltuin voor kinderen van 0-13 jaar en hun begeleiders: moeders en vaders, grote broers of zussen, oma's en opa's, noem maar op. Deze speeltuin is allereerst een plek om te spelen, maar niet minder een plek om elkaar te ontmoeten, met elkaar in gesprek te raken over wat er in je leven en in de buurt speelt: over pedagogische zaken; over het huis en de verhuurder; over hoe je couscous maakt of stampot; waar je je eerste geschreven woordjes toont of je frustratie over je leerkracht of hulpverlener; waar je het wereldnieuws en de politiek bespreekt; waar je ziektes en verliefdheden, ruzies en zorgen met elkaar deelt en leert over elkaars cultuur: het gaat allemaal over tafel. Naast een grote buitenruimte is er op de speeltuin een 'huisje' zodat ook bij slecht weer en in de winter de speeltuin een levendige ontmoetingsplek in de buurt blijft.

Juist als alledaagse ontmoetingsplek is de speeltuin een prachtige ruimte om het samen spelen en samen leven te oefenen. Niet het recht van de sterkste, dat op de straat telt, is hier de regel. Er wordt gestreefd naar een veilige plek met ruimte voor iedereen. Waar je niet slaat maar praat; waar je iemand bij naam noemt en niet bij z'n bijnaam; waar je niet roddelt maar open bent; waar niet ieder voor zich, maar wij met z'n allen geleefd en geoefend wordt en ieder welkom is. Als tegenkracht aan de regels van de straat en als kracht tegen het naar binnenkeren in je eigen huis en cultuur. Dat is niet makkelijk, want door tegenkracht te willen zijn, haal je meteen ook de spanningen in huis, met tegelijk dus ook de kansen. Juist omdat er speeltuinleiding in staat, kan er geoefend worden!

 
Pastor Daalsebuurt

Na een jaar zwerven over straat koos ik niet voor een eigen pandje in de buurt om daar mijn eigen dingen te gaan doen: ik schoof aan bij deze ontmoetingsplek in de buurt toen de nieuwe speeltuin net geopend was. Enerzijds om er kinderen en andere buurtbewoners te ontmoeten. Anderzijds om er met de speeltuinleiding aan mee te werken hier een soort 'Huiskamer van de Buurt' van te maken. Niet dat we dat vooraf wisten. Het was een kookpot waar van alles en nog wat gebrouwen kon worden, varend op de krachten en ontwikkelingen in de buurt, op wat kinderen en andere buurtbewoners hiervan willen maken. We maken daarbij gebruik van talenten van kinderen, jongeren en volwassenen, laten ons uitdagen door hen en door elkaar als werkers: ieder op eigen vakgebied en met eigen professionaliteit, aanvullend en in goede samenwerking. We nemen de presentiebenadering als uitgangspunt voor ons werk, en denken erover na hoe dat hier in deze buurt binnen het speeltuinwerk en binnen het buurtpastoraat vorm moet krijgen. Inmiddels schuiven ook andere werkers aan, zoals de Wijkagent, de eigenaren en personeel van de AH en ook het Outreachend Maatschappelijk Werk. Het is een belangrijke beweging: dat werkers naar de buurt komen, mensen ontmoeten en leren zien wie zij daar moeten zijn, vertrouwde gezichten worden en aanklampbaar zijn als werker zodat buurtbewoners eenvoudig gebruik kunnen maken van hun professionele mogelijkheden en talenten. Het werkt, maar je moet het wel durven en van je werkgever mogen: je eigen agenda loslaten, niet op afspraak werken en je laten aanspreken. Voor buurtbewoners, die vooral de ervaring hebben hoe moeilijk het is om dwars door bureaucratie en regelgeving aan goede zorg en hulp te komen, is dat een verademing.

Door zelf zo te werken ben ik niet alleen in de speeltuin en op straat, maar inmiddels bij veel bewoners kind aan huis. Soms ken ik al meerdere generaties. De kinderen van toen zijn de jongeren van vandaag, de jongeren van toen de ouders van kinderen van nu. We blijven elkaar opzoeken en ik groei met ze mee. Ik laat me meenemen in hun gewone, dagelijks leven en ervaar zo hoe dat eruit ziet, signaleer als het niet goed gaat of wat juist wel goed gaat, ben gesprekspartner en getuige. Voor velen ben ik een vertrouwensfiguur geworden, gaan gesprekken over geheimen, over schuldig zijn, over verlangens en toekomstdromen, mislukkingen of geschonden zijn, levenskracht en –vreugde. Vaak deel ik zo in belangrijke gebeurtenissen in hun leven en wordt mijn hulp, zorg of bemiddeling makkelijk gevraagd op allerlei terreinen. Ik bied die of zoek met hen naar professionals die hun dat kunnen bieden. Ik ga met ze mee naar allerlei instanties als ze dat aan mij vragen: omdat ze bang zijn dat ze het niet goed kunnen uitleggen; omdat het eerder niet goed was verlopen; omdat ze onzeker of zenuwachtig zijn; omdat ze bang zijn agressief te worden; of omdat ze dan niet alléén hoeven te gaan.

Regelmatig zoek ik mensen op die opgenomen zijn in een ziekenhuis, opvang voor verslavingszorg of de psychiatrie. Dat doe ik ook als kinderen of jongeren uit huis geplaatst zijn of als mensen wegens problemen uit huis gevlucht zijn. Maar ook als mensen bij wie veel reuring in het leven is, verhuisd zijn, blijft de band en blijf ik beschikbaar. Naast bezoeken, is er e-mailcontact, zijn er telefoontjes, berichten via Hyves of worden kaartjes gestuurd. Dat zijn ook lijntjes waarlangs zij mij opzoeken.

Naast meewerken aan die 'Huiskamer van de buurt' en van betekenis zijn op individueel- en gezinsniveau onderneem ik allerhande dingen met buurtbewoners die het samenleven, hun ontwikkeling en geluk bevorderen. Het zijn geen vaste groepen met door mij geplande activiteiten. Ze zijn vaak gemêleerd van samenstelling, zeker qua culturele achtergrond en regelmatig ook qua leeftijd. Kenmerkend is dat zich steeds kleine groepjes vormen en zich ook weer oplossen om vervolgens weer, geheel anders, te ontstaan – als een soort ademen. Dan trekken we vaak de buurt uit, de wijde wereld in. Naar de stad om verjaardagen te vieren; naar de bieb om boeken te lenen; naar mijn kantoor om samen huiswerk te maken of thee te drinken met een goed gesprek, om te vergaderen of samen iets te maken. We gaan zwemmen of ondernemen een fietstocht. Soms gaan we zelfs de stad uit: naar mijn huis om te koken, maken uitstapjes in de vakantie, houden een picknick of trekken met een bonte stoet naar een pretpark of dierentuin. De ideeën komen van hen en ze organiseren het zelf. Mijn aandeel: hen daarin volgen en voorwaarden scheppen zodat het kan gebeuren: hen prikkelen ideeën uit te werken; zo nodig zoek ik naar financiële steun; en vooral door mee te denken en mee te gaan: zo maak ik het tot een veilig gebeuren, mag het van de moeders en durven mensen ook. Het gaat hier niet alleen om zelfontplooiing of ontspanning, zeker ook om het 'samenleven' te bevorderen, gebeurtenissen te delen, geschiedenis met elkaar op te bouwen, elkaar beter te leren kennen. Bovendien maken we, door de buurt uit te trekken en ándere dingen te doen dan ze gewend zijn, de wereld een beetje groter.

 


m_debree

Monique de Bree

Als buurtpastor in de 1e Daalsedijkbuurt verbind ik me met bewoners van welke leeftijd, cultuur of gezindte ook. Ik werk met hen op straat en bij hen thuis aan hun eigen en gezamenlijke geluk op vele levensgebieden. Dat doe ik vanuit het evangelie met trouw, liefde en professionaliteit, op basis van de presentiebenadering, en in samenwerking met vele anderen. De kostbaarheid van elke mens staat daarbij voorop.

  contact

Rutger_van_Breemen

Rutger van Breemen

Mijn naam is Rutger van Breemen en sinds 1 augustus 2016 ben ik als buurtpastor werkzaam in de Daalsebuurt. Ik werk in die wijk samen met
Monique de Bree. Ik heb theologie gestudeerd in Utrecht en ben in juni
2016 afgestudeerd. Ik woon in Gorinchem, dus ik reis op en neer met de bus. In Gorinchem ben ik ook lid van de gemeenteraad.
In de wijk wil ik met de buurtbewoners en optrekken. In goede en in kwade dagen. In het Evangelie vind ik mijn
inspiratie en mijn zending. Daardoor gevoed en begeesterd, wil ik een
naaste zijn voor mensen, die soms een luisterend oor, dan weer een
helpende hand en dan weer een troostende schouder kunnen gebruiken. Ik
ben erg blij om op die manier werkzaam te kunnen zijn!

 
*