• Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 3
  • Algemene afbeelding 2
Rivierenwijk/Kanaleneiland

-  Titus Schlatmann  -

Dit deel van het jaarverslag is een bijdrage uit de praktijk van het werk in Rivierenwijk/Kanaleneiland. In 2013 heeft het werk zich doorontwikkeld, in meerdere opzichten. Daarover informeer ik u in dit verslag.

Ik heb mij als buurtpastor zoveel mogelijk laten leiden door behoeften en belangen van wijkbewoners. Zij leven hun leven, individueel en collectief. Ik ben op diverse wijze bij hen betrokken geraakt, vooral bij mensen in kwetsbare situaties en situaties van achterstand en uitsluiting.  Het werk beleef ik als dienstverlening  aan hen. Dit waren de meest voorkomende deelonderwerpen:

  • Ondersteuning bewonerszelfbeheer buurthuis De Nieuwe Jutter;
  • Ontwikkelen  en ondersteunen 'maatschappelijke steunstructuren' op wijkniveau.
  • Ondersteuning bewonerszelfbeheer en participatie bij 3Generatiecentrum Kanaleneiland;
  • Empowerment in individueel contact en begeleidingen;
  • Ondersteuning bewonerszelfbeheer wijkcentrum Het Strandpaviljoen;
  • Uitwisseling en overdracht met het oog op methodiek(ontwikkeling) stadsbreed.

1.      Ondersteuning Buurthuis De Nieuwe Jutter in bewoners-zelfbeheer

De mensen die zich samen inzetten voor De Nieuwe Jutter zijn zo goed als allemaal bijeen gebleven in 2013 en hebben zich kunnen doorontwikkelen. Mensen bleken heel trouw in hun deelname en inzet. Tegelijk zijn er ook nieuwe initiatieven ontstaan. De begeleiding was zoveel mogelijk erop gericht dat vrijwilligers het volhouden in hun zelf toegemeten taken, en dat vernieuwing gestimuleerd wordt met nieuwe deelnemers.

Er zijn in 2013 een aantal 'ontwikkelprojecten' gestart  of nog in een beginstadium, vanuit de ideeën en behoeften van betrokken bewoners:

* een energieproject, met als doel: energiebesparing in het buurthuis en bij mensen thuis; en kennis daarvan via medebewoners verspreiden door de wijk;

* een dagopvang voor senioren in kwetsbare situaties: eenzaamheid, beginnende Alzheimer, (te) groot beroep op de mantelzorger[s];

* een klussenteam van vrijwilligers, gericht op buurtbewoners die iemand zoeken voor een klusje.

Deze projecten ontwikkelen zich inmiddels hoopvol verder.  De 'ontwikkel-projecten' die in 2012 waren gestart, zijn er nog en zijn inmiddels gegroeid en krachtiger geworden. Hier gaat het om:

* een wekelijkse wijklunch;

* een maandelijkse zzp-ontmoeting en

* het vrijwilligerscateringbedrijf ´De Wij-keuken´.

Te midden van de dagelijkse dynamiek fungeerde ik als buurtpastor die poogde present te zijn, aanklampbaar en aanwezig op de cruciale momenten. Dat wil zeggen: op momenten van intern onderling overleg. Daar werden de belangrijke knopen doorgehakt of de moeilijkheden doorgesproken. Daarnaast was begeleiding van belang in de wandelgangen, in het fungeren als aanspreekpunt en vrijplaats voor iedereen. Daarin waren relatiebeheer, trouw, continuïteit, oog voor de kwetsbaarsten en betrouwbaarheid belangrijke factoren (conform methodiek van de 'presentiebenadering').

Groepsprocessen gaan vaak traag, en wij leren dat het vaak ook niet sneller kan en niet sneller moet. Anders leveren wij in op kwaliteit, wat in de praktijk erop neer komt dat er mensen gaan afhaken, juist degenen waarvan je dat niet wilt. Daarom is bewuste vertraging geboden in groepsprocessen waarin iedereen moet kunnen inbrengen wat zij of hij in wil brengen of op de lever heeft. En bovendien leren wij dat zaken die verstoren altijd voorgaan, omdat ze anders in de weg zitten. Om de tafel zitten mensen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Zij willen dit kunnen inzetten voor de groep, en dat is ook een enorme krachtbron. Om deze inbreng te kunnen honoreren,  hebben wij vaak vertraging in het groepsgesprek nodig. Daar ruimte aan bieden levert het cement op voor iedere groep: het lijkt tijdverlies, maar het rendeert op den duur altijd.

Met betrekking tot dit deelonderwerp kunnen we zeggen, dat wij door deze werkwijze faciliterend hebben gewerkt voor omstreeks dertig verschillende activiteiten, waarbij ongeveer zestig vrijwillig(st)ers zich actief inzetten, met wekelijks ongeveer 650 deelnemers/bezoekers. Ik heb soms ook geholpen met het schrijven van brieven of rapportages.

Samen met diverse verwijzende instanties zoals de SBWU, Stichting Exodus en o.a. de Van der Hoeve-kliniek is gewerkt aan concrete vormen van sociale (re)activering van cliënten. Vanuit situaties van beschermd en begeleid wonen, en soms ook intramurale zorg, zochten wij bij te dragen aan geslaagde matches tussen de cliënten en de bestaande vrijwilligers in het buurthuis, ten behoeve van nieuwe vormen van dagbesteding en vrijwilligerscontracten. Er is ook ondersteuning geboden aan het bieden van plek aan VMBO-stagiaires (maatschappelijke stages en beroepstoeleidende stages).

2.      Ontwikkelen en ondersteunen maatschappelijke steunstructuren op wijkniveau (Rivierenwijk)

Ik merk dat ik nogal wat wijkbewoners tegen kom die er naar verlangen om mee te doen in het sociale leven in de wijk. Ze weten echter soms niet goed hoe dat zou kunnen. Daarnaast tref ik bereidheid aan om zich als burger in te zetten voor leuke activiteiten, dingen waar mensen zelf belang aan hechten. Ik ontdek dat vanuit mijn volgehouden aanwezigheid in de wijk, vanuit het in-relatie-staan met diverse mensen.

Initiatieven die niet onteigend worden, maar in hoge mate van de wijkbewoners kunnen zijn en blijven, blijken een lange levensduur te hebben. Bovendien zijn de activiteiten vaak behulpzaam als 'sociale steunstructuur'.  Daarmee bedoel ik: dat diverse deelnemers daaraan kunnen en mogen meedoen, en dat dat van betekenis is voor hen: het helpt hen om hun dagelijks leven vorm te geven. Het betreft hier o.a. de volgende buurt-initiatieven, die laagdrempelig en nabij zijn: Werkgroep Voedselbank PLUS, kleinschalig buurthuis Het Trefpunt aan de Rijnlaan, het klussenteam, de bewonerscommissie voor het wijkfeest, de groep vrouwen die de tweedehandskledingwinkel draaiende houden en wijkkrant De Rivierwijker .

Deze initiatieven vormen steunstructuren voor de deelnemers. Men maakt anderen mee, er groeit onderling vertrouwen. Mensen gaan ergens bij horen en beginnen zich thuis te voelen. Zij worden terugkerend deelnemer en voelen zich daardoor meer gezien en gehoord. Hun eenzaamheid wordt doorbroken.

Het werk bestond dit jaar uit o.a.: de dragende vrijwilligers van deze initiatieven op presentie-achtige wijze ondersteunen en bekrachtigen. Er is trouwe ondersteuning en 'coaching op maat' geboden. De buurtbewoners hadden en hielden hun eigen inbreng omtrent de ontwikkeling en groei van hun activiteiten. De bewonersbetrokkenheid is nadrukkelijk overeind gebleven. Dit heeft bijgedragen aan de vorming van sociale netwerken en sociale familiariteit. De activiteiten hadden weliswaar vaak de gestalte van 'welzijnsactiviteiten' (ontspanning, gezelligheid, ontmoeting), maar 'over de band' van die talloze bijeenkomsten ontstonden er onderlinge zorg en hulpverlening.

Voorwaarde is dat het klikt tussen mensen onderling. Soms is dat proces weerbarstig en moeilijk, lukt de klik niet. En als het wel lukt ontstaan er evengoed toch onderlinge spanning en conflict. Daarin weerspiegelt zich, volgens mij, de maatschappelijke klemsituatie van diverse mensen. Velen ervaren maar knap weinig vrijheid en keuzemogelijkheid in hun leven. Dit roept frustratie op en dat wreekt zich in de onderlinge verhoudingen. Dit proberen wij samen te bespreken en op te lossen. Er is ook vaak een vorm van het moeten uithouden met elkaar;  het ongerijmde proberen uit te houden. De identiteit van het werk is o.a. terug te vinden in het streven om niemand af te schrijven of buiten te sluiten. Dat maakt het samenleven en samenwerken hartstikke mooi, en tegelijk soms ook moeilijk en traag.

Met betrekking tot dit deelonderwerp hebben wij door de bovenstaand omschreven werkwijze faciliterend gewerkt voor: (in Het Trefpunt) vier vrouwengroepen o.a. Arabische les; drie kindergroepen Arabische les; een eetclub op dinsdag; een koffiegroep; een teken/schildergroep en een bijbelleesgroep, waar ik overigens ook aan deelnam. Tevens voor de wekelijkse inpak en uitgifte van Voedselbank-uitgiftepunt Rivierenwijk en de bijbehorende kledingactie. Daarnaast is er bijgedragen aan zes keer verschijnen van het wijkkrantje De Rivierwijker. Tenslotte is er gefaciliteerd bij de werkwijze van stichting Ruimte voor de Buurt, die niet alleen zorg draagt voor de zakelijke continuïteit van Het Trefpunt, maar ook het project Dwarsverband mogelijk maakt: een empowerment-project van en voor burgers die kennis en ervaring willen delen op het vlak van zelfbeheer van wijklocaties (zie ook het project 'overdracht  en uitwisseling').  Ik heb soms ook geholpen met het schrijven van brieven of rapportages.

Deelnemend aan de Interkerkelijke werkgroep etnische groeperingen Rivierenwijk heb ik samen met hen bijgedragen aan de Dag van de Dialoog en aan de Pinkstermaaltijd in de Nieuwe Jutter in 2013.

Nieuwe interculturele relaties en dwarsverbindingen, in het bijzonder met en vanuit Marokkaanse vrouwen, zijn tot stand gekomen. De deelname van juist die groepen is toegenomen. In totaal zijn er in en om de steunstructuren zo'n 120 personen per week als vrijwilliger/deelnemer betrokken, afgezien van de 58 bezoekers per week, die langskomen tijdens de uitgifte van de werkgroep Voedselbank.

3.      Ondersteuning zelfbeheer bij 3GeneratieCentrum in Kanaleneiland

In 2013 is ook intensief ondersteuning  geboden aan wijkbewoners uit Kanaleneiland, betrokken bij het 3GeneratieCentrum aldaar.  Zo'n vier jaar geleden heeft een actieve groep vrouwen uit de wijk zich verenigd om gezamenlijk het beheer van dit centrum op zich te nemen. Dit blijkt een hele klus te zijn, maar er wordt ook veel aan geleerd en aan beleefd. Het centrum ontwikkelt zich verder en dat is een boeiend, hoopgevend proces.

Overdag is het '3GC' vooral een vrouwencentrum. Dan kunnen zij in een vertrouwde en veilige sfeer elkaar ontmoeten, meedoen aan sport en beweging, aan zingen of koffieclub, en diverse andere activiteiten. s'Avonds en in het weekend staat het centrum ook open voor mannen en zijn de activiteiten nog meer divers. Op dinsdag en vrijdag wordt hier een fantastische wijkmaaltijd bereid en verzorgd door Resto van Harte. Ook op andere momenten zijn er wijkmaaltijden of feestelijke bijeenkomsten.

Het Centrum werkt volledig met vrijwilligers/sters. Verreweg de meesten zijn wijkbewoner, waardoor er directe, permanente lijntjes met de wijk zijn. Vanuit de gastvrouwen, verenigd in de 'bruggroep' en op de achtergrond ook ondersteund door het (vrijwillig) bestuur, coördineert men het rooster van activiteiten. Wat er plaats vindt is niet zozeer een aanbod van de bruggroep, als wel een activiteit die bewoners graag zelf starten, zoals de wijklunch, de koffieclub, het zangkoor, de creatieve clubs, de meisjesclub, enzovoorts. Allerlei culturen en daaraan verwante organisaties vinden plek in het 3GC.

In het overleg van de  bruggroep wordt het reilen en zeilen van het alledaagse beheer met elkaar besproken. Dit alles is een grote oefening in samenwerking: hoe redden wij ons in de praktijk? Hoewel nooit zo beseft en genoemd door de betrokken wijkbewoners, is het 3GC ook echt een 'civil-society'-initiatief i.p.v. een conventioneel-regulier welzijnsaanbod. Het is permanent in ontwikkeling. Zo zijn er in 2013 een aantal 'ontwikkel-projecten' gestart vanuit de ideeën en behoeften van betrokken bewoners:  een wekelijkse klussenclub, en een wekelijkse creatieve club op vrijdag.

De ontwikkelprojecten uit 2012 zijn er ook nog: de wekelijkse wijklunch op maandag; de intensievere samenwerking met Resto van Harte en de intensievere samenwerking met Panoramix: ervaringscoaches en bewoners SBWU Kanaleneiland.

Daarnaast is er een SROI- onderzoek gedaan door 'Context', een extern onderzoeksbureau. Samen met de deelnemers van het wijkcentrum is de sociale waarde van een aantal activiteiten goed in kaart gebracht.  Hierover is een rapport uitgebracht en verspreid. Op maandag  30 september j.l. hebben wij een bijeenkomst georganiseerd waarin de opbrengst uit de rapportage is gepresenteerd. Andere locaties elders in de stad kunnen er ook hun voordeel mee doen. Kortom: de resultaten worden stadsbreed uitgedragen  en gedeeld.

Ik heb hard gewerkt aan concrete ondersteuning 'op maat' van de wijkbewoonsters, verenigd in de bruggroep. De begeleiding bestaat vooral in het bieden van geduldige procesbegeleiding en het behartigen van randvoorwaarden als: vraagbaak en terugvalpunt zijn tijdens vergaderingen, en probleem- of conflicthantering. Uiteindelijk deed het er het meeste toe, dat er, dwars door alle werkzaamheden en vormen van presentie heen, een voortdurende oordeelvrije en geduldige aandacht was voor de deelneemsters.

Met betrekking tot dit wijkcentrum hebben wij door de werkwijze faciliterend gewerkt voor: omstreeks twintig verschillende activiteiten, zoals: Filippijnse Vereniging, Zangkoor Rozeneiland, de Malle Meiden, Stichting KlaritaFit, Stichting Taekrosa, Fighting4Power, SBWU K'eiland, Resto van Harte Utrecht, Marhaban, BMP/ANWHAT, werkgroep Samenleven, enz. Hier zetten ongeveer veertig vrijwillig(st)ers zich actief bij in, en er zijn inmiddels wekelijks ongeveer 250 deelnemers/bezoekers.

4.      Empowerment in individueel contact en begeleidingen

Met een aantal bewoners heb ik welbewust intensiever contact. Ik spreek hen individueel, soms een paar keer achter elkaar, in een reeks van gesprekken. Ik probeer zoals altijd af te gaan op iemands behoefte en belang. Sommigen zijn nogal op zichzelf, hebben nauwelijks anderen om hun verhalen of gevoelens mee te delen.

Zij kunnen op momenten dat het van belang is niet terugvallen op mensen in hun directe omgeving, en zijn om die reden kwetsbaar te noemen. Ik maakte met hen kennis op informele momenten of kende hen al langere tijd.  Dat bouwde ik op vanuit het present-zijn op diverse momenten en bij allerlei gelegenheden: tijdens burendag, het wijkfeest of een vrijwilligersbedankavond. En vooral tijdens maaltijden: met Pasen of  Kerstmis was ik er extra veel, maar ook door het jaar heen. Ik probeerde bedacht te zijn op het naast mensen zonder gezelschap gaan zitten. Er zijn er altijd een paar die wat meer gemeden worden door de rest...

Vanuit het vertrouwen waaraan ik werkte, ontstond de kans op intensievere ondersteuning. Een terugkerend contact werd mogelijk. Mensen hebben soms contactstoornis of hechtingsproblemen, of zijn gewoon sociaal onzeker en onhandig. Degenen die dan toch nog durven te komen naar sociale activiteiten en zichzelf daar als vrijwilliger durven in te zetten voelen zich vaak kwetsbaar en hebben grote behoefte aan emotionele ondersteuning.

Ik zocht  op vele manieren, meebewegend met het ritme en de locatie van bewoners, contact  en ging het gesprek aan. Ik 'investeerde' in de hierboven beschreven doelgroep ('sociale periferie'): het bezoekwerk aan mensen die in meer of mindere mate afwijkend zijn en buiten de (wijk)gemeenschap staan. Deze verloren lopende mensen blijken behoefte te hebben aan (levens-) begeleiding, troost en bemoediging. Ik heb gepoogd deze te geven.

Ik investeerde tijd en aandacht in (nieuw gegroeid) vrijwilligerskader: mensen uit de wijk die dragende kracht zijn van buurtactiviteiten. Deze contacten werkten bindend en bevestigend, boden de emotionele steun waar behoefte aan was en hielden mensen als buurtvrijwilliger vast. Het levert een bepaalde empowerment op: versterking van zelfbeeld en eigenwaarde. Het draagt ook bij aan vergroting van onderling vertrouwen en van vertrouwen in professionele werkers (zorg/hulpverlening).

Overigens ben ik vanuit de individuele contacten in 2013  tweemaal benaderd om voor te gaan tijdens de crematie van overleden buurtbewoners.

5.      Ondersteuning bewonerszelfbeheer wijkcentrum Het Strandpaviljoen

Wijkcentrum Het Strandpaviljoen is een locatie waar sinds begin 2013 de vrijwilligers/bewoners begeleid worden bij het zelfbeheer van het buurthuis. In opdracht van de Gemeente Utrecht werd dat proces in 2013 begeleid door mij.

De begeleiding voor de zomer had het volgende opgeleverd: Er heeft zich een groep van betrokken bewoners gevormd: de regie-groep. De deelnemers hebben zich (als afgevaardigden van diverse groepsactiviteiten in het pand) geoefend in onderling overleg en regelmatig bijeen komen. De deelnemers van de groep zijn door zorgvuldig intern overleg op het spoor gekomen van hun belangen en verlangens met betrekking tot ruimtegebruik in Het Strandpaviljoen. Zij hebben dit in overleg gebracht met een vertegenwoordiger van de Gemeente Utrecht. Bovendien hebben zij een (zo volledig mogelijk) rooster van activiteiten van bewoners (voor en door de wijk) opgesteld. De wens van de groep om specifieke ruimtes is gehonoreerd door de Gemeente Utrecht. De regie-groep is ook in contact getreden met professionele organisaties die medehuurder zijn in het pand.

In het najaar kon de groep concreet van start kan gaan met haar (begeleid) zelfbeheer en haar eigen activiteiten.

De begeleiding heeft het volgende opgeleverd:

·         Gereguleerd overleg: de regiegroep is vrijwel tweewekelijks bij elkaar gekomen om te overleggen;

·         De groep heeft zich doorontwikkeld als een groep met een min of meer (aangegroeide) vaste samenstelling: bewoners/vrijwilligers en professionals (veelal afgevaardigden van deelnemende organisaties in het pand). Iedereen kwam heel trouw op de bijeenkomsten. De basiswerkwijze is goed op gang gekomen, met gewenning en regelmaat.

·         De gespreksleiding is door ondergetekende behartigd op zodanige wijze dat de deelnemers  maximaal eigenaar waren van de inhoud en het tempo van de besprekingen.

·         De verslaglegging is 'als randvoorwaarde' behartigd, waardoor het proces en de voortgang zorgvuldig werden vastgelegd en gedeeld met alle deelnemers.

·         Er heeft zich een commissie gevormd die tussentijds overlegt over huisregels (gebruiksprotocol) en programmering, met adequaat schema.

·         De communicatie met vertegenwoordigers van organisaties in het pand (of anderszins relevant, zoals de SBWU) heeft een plek gekregen in het centrale overleg van de regiegroep.

·         Er zijn nieuwe vrijwilligers uit de wijk sociaal ingeweven in het geheel: zij hebben een gewaardeerde plek gekregen.

·         Er is zorg geweest voor de onderlinge interactie, de wrijvingen en verschillen.

·         Er zijn dwarsverbindingen gearrangeerd tussen betrokken bewoners van deze locatie met die van  andere welzijnslocaties in de wijk, veelal ook in bewonerszelfbeheer.

·         Er is bijgedragen aan het maken van een subsidieaanvraag vanuit deze actieve bewoners voor een bedrag uit het wijkleefbaarheidsfonds. Deze aanvraag is toegekend.

·         Er zijn enkele randvoorwaardelijke hand- en spandiensten verricht: zo is bijvoorbeeld navraag gedaan bij de Utrechtse Domstadpolis over de WA-verzekering.

·         Er is een koppeling gemaakt met vrijwilligers/bewoners die interesse hadden om wekelijkse  lunches te organiseren. Dit initiatief is ingebracht, besproken en kon vervolgens op de vrijdag beginnen. Deze wekelijkse wijklunch ontwikkelt zich tot een waardevolle ontmoetingsbijeenkomst. Vandaaruit ontstaan weer nieuwe ideeën en initiatieven: de creativiteit van buurtbewoners krijgt hier een kans.

·         Er is op plezierige wijze samengewerkt met de sociaal makelaar. Intussen is een warme overdracht gaande, zodat zij het proces vanaf heden zal begeleiden.

·         De regie-groep kan zich in 2014 op deze locatie creatief doorontwikkelen.

Ik ben nog beperkt betrokken  bij de regiegroep, maar des te meer nog bij de wekelijkse wijklunch. Daar vindt in belangrijke mate, en op leuke, informele wijze, ontmoeting plaats tussen bewoners/vrijwilligers onderling. Dit doet er toe voor de verdere ontwikkeling van Het Strandpaviljoen in begeleid zelfbeheer en voor de wijkontwikkeling van Rivierenwijk in bredere zin.

6.      Uitwisseling en overdracht met het oog op methodiek(ontwikkeling).

In dit kader was ik in 2013 bezig met enkele relevante zaken:

·         Er is mij in 2013, o.a. van de kant van Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, op diverse momenten verzocht om advies en meedenken inzake welzijnslocaties in bewonerszelfbeheer.

·         Ik participeerde in een interdisciplinair overleg rond de aanpak van 'stille problematiek' in het zogenaamde 'Kleine Wijkje' in Rivierenwijk.

·Ik heb bijgedragen aan uitwisseling met groepen geïnteresseerden van elders. Vanuit locaties elders in de stad, en ook van buiten de stad, kwamen verzoeken om uitwisseling met de vrijwilligers van De Nieuwe Jutter. Naar aanleiding hiervan zijn er werkbezoeken afgesproken van vrijwilligersgroepen die op soortgelijke wijze hun wijkcentrum proberen gestalte te geven.Zo zijn er groepen van Buurthuis Oudegracht,Podium Oost (Oudwijk), De Roef (De Meern) en vanuit o.a. Alkmaar, Leiden en Roosendaal op bezoek geweest. Dit waren vruchtbare vormen van uitwisseling die de deelnemers nieuwe ideeën en relevante kennis opleverden.

·         Overdracht en uitwisseling van methodische kennis heeft naar collega's toe plaatsgevonden op diverse wijzen.  In de alledaagse samenwerking met professionals van diverse instanties zoals o.a. de SBWU, DMO, Indigo, Exodus, Doenjadienstverlening, BoEx, Wijkkracht 8 en collega´s van particuliere initiatieven. Ik participeerde in de klankbordgroep van het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut naar de kritische succesfactoren van buurthuizen voor en door wijkbewoners. Een belangrijk deel van de methodische uitwisseling en overdracht heeft plaatsgevonden middels deelname aan dit onderzoeksproject, dat al sinds 2010 in uitvoering is, in samenwerking met wetenschappelijk medewerkers van het Utrechtse VJI. Het is de bedoeling dat dit onderzoek in totaal gedurende vier jaar uitvoering krijgt. De intentie is om dragende vrijwilligers van De Nieuwe Jutter èn andere locaties te bevragen op hun ervaringen op het gebied van zelfbeheer. Door in gesprek te gaan met betrokkenen ontstaat inzicht in welke randvoorwaarden er werkelijk toe doen, en welke niet. Sinds de eerste presentatie van de onderzoeksresultaten in mei 2011 is het onderzoek voortgezet en verbreed naar meerdere locaties verspreid over het land. In het voorjaar van 2014 worden er opnieuw tussenresultaten bekend gemaakt.

·         Vanuit De Nieuwe Jutter is een landelijke uitwisseling op gang gekomen van ervaringen van mensen die zich inzetten voor buurthuizen in zelfbeheer. Er zijn halfjaarlijkse bijeenkomsten: de eerste was in De Nieuwe Jutter op 15 juni 2012, de tweede in buurthuis het Huukske in Arnhem medio december 2012, de derde in Tilburg in april 2013.

·         Op diverse momenten door het jaar heen begeleidde ik ook werkbezoeken van werkers die beroepshalve geïnteresseerd waren: studenten, Stichting Erop Af!, collega's en enkele journalisten.

·         Ik ben samen met twee collega's, werkzaam in de gezondheidszorg en ouderenzorg in Rivierenwijk, een studiegroep begonnen. Aan de hand van verhalen over concrete werkervaringen reflecteren wij op onze praktijk.

·         Ik heb begeleiding geboden aan een WO-stagiaire en een HBO-stagiaire theologie.

 
 
*