• Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 3
Queekhoven

Heleen Heidinga

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi

Wie mij ontmaskert zal mij vinden.

Ik heb gezichten, meer dan twee,

ogen die tasten in den blinde,

harten aan angst, voor angst ten prooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden

en zal zichzelf opnieuw verstaan

en leven bloot en onomwonden,

aan niets en niemand meer ten prooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

(Huub Oosterhuis)

Inleiding

Half april 2010 ben ik als buurtpastor/presentiewerker in Queeckhoven, een stukje van Zuilen begonnen. In die buurt worden zo'n 200 woningen gesloopt en er zouden nog eens 200 gerenoveerd worden. De ervaring van wooncorporatie Mitros is dat het voor hen moeilijk is inzicht te krijgen in de buurtbewoners. Zij zouden hun huurders graag beter in beeld hebben, omdat ze dan enerzijds beter bij hun wensen kunnen aansluiten en hun kunnen helpen in het proces van herhuisvesting, en anderzijds inzicht krijgen op welke manier ze hun eigen informatie zo goed mogelijk voor het voetlicht kunnen brengen, zodat het ook daadwerkelijk aankomt.

Daarom zijn zij samen met  Stichting Buurtpastoraat Utrecht en Stichting Presentie een pilot gestart met een buurtpastor/presentiewerker in de buurt. Iemand die dicht bij de mensen is, op straat, laagdrempelig en aanspreekbaar en vanuit de levens en de daarmee verbonden logica van buurtbewoners, kan aansluiten bij hen. Doel is om met name de moeilijk bereikbare mensen voor wie verhuizen en herhuisvesten een ontwrichtende ervaring kan zijn, te bereiken, een relatie met hen op te bouwen om zo te gaan begrijpen wat er voor hen op het spel staat, en hen zo goed mogelijk door deze periode heen te (bege)leiden.

Inmiddels zijn we vier jaar verder en is de overgrote meerderheid van de buurtbewoners verhuisd. Begin 2013 woonden er nog zo'n 40 huishoudens die moesten verhuizen in de buurt. De buurt is dus langzamerhand veranderd in een studentenwijk met hier en daar een gezin, in plaats van andersom. Dat geeft een nieuwe, niet altijd even positieve, dynamiek.

In mijn gedeelte van dit jaarverslag 2013 geef ik zowel verhalen uit mijn werkpraktijk als een cijfermatige terugkoppeling van mijn werk in de Queeckhovenbuurt.  Bij het vergaren van alle verhalen en thema's van het afgelopen jaar kom ik weer heel dicht bij de ervaringen en emoties die er geweest zijn in ontmoetingen tussen mij en buurtbewoners.

De formele ordening van cijfers en standen van zaken geven ook inzicht in mijn werk, alleen dan op een andere manier. Gecombineerd geven ze een levendig beeld van mijn werk en versterken ze elkaar. U mag zelf kiezen: of u leest de meer formele stand van zaken, of u leest de verhalen die daarachter, daaronder hebben gespeeld, of beiden natuurlijk. Ik hoop dat de combinatie voor u werkt en dat ik u daarmee een inspirerende kijk in mijn werk kan geven.

Veranderingen en transities

2013 stond in het teken van veranderingen en transities: transities en veranderingen in het Utrechtse landschap van zorg en welzijn, waar we vanuit de Stichting Buurtpastoraat en de Stichting Presentie aan mee dachten en werkten, transities bij Mitros waardoor ik te maken kreeg met nieuwe collega's, hun nieuwe manier van werken. We hebben geïnvesteerd in het opnieuw opbouwen van relaties en het begrijpen van elkaars werk. De grootste verandering en schok echter was het plotseling uitvallen van mijn collega Monique, zoals in de inleiding Daalsebuurt door mij en mijn collega's beschreven.

De Buurt

Overlast en mismatch

Net als vorig jaar is de buurt verder veranderd. Veel 'oude' bewoners zijn inmiddels verhuisd en daar komen studenten voor terug. Je ziet het in het straatbeeld; veel jonge blanke mensen met een eigen ritme en eigen bezigheden. Dat ritme strookt niet altijd met het ritme van gezinnen met jonge kinderen en dat geeft problemen en leidt ook tot overlast, wederzijdse frustratie en stress. Dit jaar heeft dat bij 3 gezinnen ernstige gevolgen gehad. Eén vader die vanwege zijn werk 's ochtends om vijf uur moest opstaan, maar keer op keer tot laat in de avond uit zijn slaap werd gehouden door zijn nieuwe studentenburen, kon dat niet meer vol houden. Hij is overspannen geraakt en heeft ontslag genomen. Hij heeft zijn beklag gedaan bij de wooncorporatie en bij de Stichting Studenten Huisvesting (SSH) die de huizen van Mitros beheert zolang ze tijdelijk bewoond worden, maar dat heeft voor hem te weinig opgeleverd.

Een andere vrouw had zo veel last van het lawaai van haar nieuwe buren dat ze totaal overprikkeld raakte en niet meer thuis was in haar eigen huis. Ze was alleen nog maar bezig met geluidsoverlast; als het er was, had ze er last van, en als het er niet was, was ze bang dat het weer ging komen. Ook hier had de bemiddeling tussen de beide huishoudens niet het gewenste effect. Dit gezin heeft inmiddels gelukkig een andere woning gevonden en daarmee weer rust in eigen hoofd en huis.

Bij een derde gezin werden de kinderen veel wakker door geluiden van de nieuwe bovenburen en renden dan bang naar hun moeder. Allen raakten oververmoeid en gestrest. Ook hier is het niet gelukt om er op een voor ieder bevredigende manier uit te komen en is dit gezin hals over kop verhuisd naar een tussenwoning. Hier blijven ze de komende jaren wonen in afwachting van terugkeer naar de nieuwbouw rondom het Queeckhovenplein.

Ik heb gezien dat de aanpak van instellingen bij overlast, niet strookt met de mores en logica van de buurtbewoners. Veel - met name islamitische - bewoners zijn zeer aarzelend om de politie te bellen en overlast te melden wat wel van hen gevraagd wordt zodat er een dossier opgebouwd kan worden. In hun optiek echter is het eigenlijk onbestaanbaar om bij de politie te gaan klagen over je buren ook al maken ze je leven nog zo onleefbaar. Buren zijn het meest dichtbij na familie, buren zijn belangrijk. Je hoort voor elkaar klaar te staan en ook wel het een en ander door de vingers te zien. Je hoort eigenlijk naar elkaar toe te groeien als familie, als je buren bent. Daarnaast zijn gezinnen ook bang om te klagen. Irrationeel of niet 'straks doen ze m'n kinderen wat aan als ze weten dat ik de politie heb gebeld,' heb ik veel gehoord. Dat het eigenlijk omgekeerd zou moeten werken en dat de overlast gevende buren moeten inbinden, omdat er anders consequenties tegenover staan, wordt eigenlijk niet geloofd. Op zich vind ik dat ook niet vreemd als je merkt dat er in de buurt veel geklaagd wordt over overlast, maar dat geen enkel studentenhuishouden zichtbaar aangepakt lijkt te worden.

Het niet beheersen van de taal is een volgende drempel waardoor afgehaakt wordt. Als er dan toch een melding wordt gedaan van overlast zijn er dus al heel wat grenzen overschreden. De SSH en Mitros beginnen dan eigenlijk bij het begin. Bewoners wordt gevraagd een logboek bij te houden van wanneer de overlast plaatsvindt en hoe vaak. Ook moeten ze schriftelijk bij de SSH een brief aanleveren waarin ze vertellen wat er gebeurd is en waarom ze nu een klacht indienen. Al dat papierwerk vraagt een beheersing van schrijven en taal die in genoemde gezinnen niet aanwezig is. Ik kan daar hulp en steun in bieden, maar ik merk ook dat deze aanpak niet aansluit bij het momentum waar de buurtbewoner zich bevindt.

Wat mij verder is opgevallen is dat er ook schriftelijk verhaal wordt gehaald bij de overlastgever. En als zo'n overlastgever dan een jonge student blijkt te zijn die zich op papier uitstekend weet uit te drukken en concludeert dat hij eigenlijk niet begrijpt waarom zijn buren klachten over hem hebben omdat hij niets verkeerd doet, lijkt hij sneller geloofd te worden dan een vader of moeder die het moeilijk vindt om zich uit te drukken in het Nederlands, laat staan een brief te schrijven en daar (te) laat mee over de brug komt. De conclusie op grond van de aangeleverde gegevens van beide partijen was vaak 'dat het wel mee zou vallen en dat men aannam dat de overlast vanaf nu over zou zijn.' Door zo'n manier van doen voelden bewoners zich niet gesteund, noch erkend in hun probleem. 'Ik woon hier al 15 jaar, en ik heb nooit geklaagd over mijn vorige buren,' zei een moeder tegen mij. 'Waarom geloven ze me dan niet, als ik nu plotseling wel last heb en niet meer slapen kan?'

Onveiligheid

Er wordt meer ingebroken in de buurt en dat geeft een gevoel van onveiligheid. Vanwege de open gordijnen bij studenten zijn laptops en telefoons een makkelijke prooi. Het kraken van verschillende appartementen dat in 2012 begon, heeft zich doorgezet. Over het jaar heen zijn zo'n 10 appartementen voor korte of langere tijd gekraakt. Dit leidt er onder andere toe dat bewoners zich niet meer veilig voelen in hun buurt en dat ze boos worden op de krakers: 'jullie betalen niks voor je huis en blijven er maar wonen, wij moeten gewoon huur betalen terwijl onze financiën ook verre van rooskleurig zijn.'  Het voelt niet meer als hun buurtje, sommige bewoners voelen zich een vreemde in hun buurt waar ze meer dan twintig jaar hebben gewoond. Kinderen missen hun vriendjes en vriendinnetjes, mogen niet meer op straat spelen omdat er bijna geen kinderen meer over zijn. Gelukkig is 'Meedoen op Straat' 1 x per week in de speeltuin aanwezig, dan wordt er wel gespeeld. Omdat het erg moeilijk is voor de overgebleven gezinnen om een nieuw huis te vinden, vanwege krapte op de markt, de sterke stijging van de huurprijzen en de grootte van de gezinnen, hebben zij het gevoel dat ze vast zitten in een buurt die de hunne niet meer is en dat ze door de wooncorporatie aan hun lot worden overgelaten, ook al is dat uitdrukkelijk niet de intentie van de corporatie.

Cijfers

·         Ik heb met 57 volwassenen contact gehad, een kortdurende of langdurige relatie opgebouwd en onderhouden en/of intensief begeleid. Met intensief begeleiden bedoel ik dat ik minimaal 1 keer per week op bezoek ga en veel contact ouderhoud via mail, sms of Whatsapp.

·         Met 8 kinderen van met name Turkse en Marokkaanse afkomst heb ik regelmatig contact en fungeer ik als vertrouwenspersoon, een grote vriendin, iemand met wie je kunt nadenken over school, de toekomst, vriendschappen, leuke dingen etc.

·         Met 6 jongeren/jongvolwassenen heb ik gesprekken gevoerd over school, de thuissituatie en hoe ze zich daartoe konden verhouden en het zoeken naar passende hulp.

·         Met 4 jongvolwassenen heb ik samen met de woonconsulent gekeken of het voor hun zin had uit huis te gaan om het hun ouders makkelijker te maken een huis te vinden, omdat het gezin dan kleiner werd.

·      Met een geïsoleerde jongvolwassene heb ik contact gekregen, zodat er aansluiting gezocht kon worden met andere instellingen. In samenwerking met stichting de Waag en kerkelijke fondsen is er gewerkt aan het verkrijgen van een Nederlands paspoort. Dit is gelukt. Daardoor is er nu toegang tot gezondheidszorg en een uitkering

·      Met één jong volwassene is gewerkt aan het verkrijgen van meubilair voor de woning. Omdat er geen geld was, is er samengewerkt met Stichting Present en met mensen vanuit het netwerk van de kerk en zijn er gratis meubels in het huis gezet.

·         Bij 7 gezinnen was ik intensief betrokken bij de praktische zaken rondom de verhuizing; bij 4 gezinnen zeer intensief.

·         Bij 4 gezinnen waren er 1 of meerdere crises dit jaar waardoor het noodzakelijk was dat ik intensief langszij was. Mijn rol daarin was: individuele begeleiding en steun, coaching, iemand bevestigen, meedenken, helpen zich uiten, processen versnellen, doorbreken of aanjagen, pleitbezorger zijn, een stem geven aan iemand en het samen volhouden.

·         In januari waren er zo'n 40 gezinnen die nog moesten verhuizen. De gezinnen bestaan uit 4 personen of meer. Het grootste gezin bestaat uit 10 personen. Met de woonconsulenten heb ik alle gezinnen nogmaals bezocht, met uitzondering van 3 gezinnen die aangaven dat niet te willen. Op straat en in het voorbijgaan spreek ik deze gezinnen soms wel. De woonconsulente en ik houden elkaar op de hoogte en weten elkaar over en weer te vinden. Met zo'n 8 gezinnen die al wel verhuisd zijn heb ik regelmatig contact, van wie met 3 intensief, omdat de kwetsbaarheid op verschillende terreinen in hun leven zodanig groot is en blijft, dat intensieve ondersteuning nodig is.

Bij alle volwassenen heb ik concrete hulp geboden op het gebied van informeren, activeren, doorverwijzen, terugrapporteren naar instellingen, vergezellen en helpen met formulieren invullen/ bellen/vertalen.

·         De relaties die ik heb opgebouwd met deze gezinnen geven inzicht in de krachten en problemen in het gezin, waardoor ik als brug of bemiddelaar naar Mitros of andere instellingen kan fungeren of kan luisteren en de situatie met hen samen kan volhouden. Thema's die aan de orde zijn geweest zijn: verhuizen, toekomst, ziekte en gezondheid, rouw, financiën, schulden, verschillende emoties die te maken hebben met het moeten verhuizen zoals boosheid, angst, frustratie, gemis bij verlies van sociale netwerken en blijdschap als een mooi huis werd verkregen.

Samenwerking Mitros

Het veranderde economische klimaat en de daardoor veroorzaakte reorganisatie bij Mitros, hebben gevolgen voor Mitros in zijn geheel, voor mijn collega werkers van Mitros en de samenwerking met mij, en voor de nieuwbouw aan het Queeckhovenplein. In 2013 is het gehele team dat namens Mitros werkzaam was in de buurt veranderd. Dat betekende dat er veel kennis over de buurtbewoners en de geschiedenis van dit project aan de kant van Mitros verloren is gegaan. Daarnaast moest ik een nieuwe werkrelatie opbouwen met de woonconsulentes, de buurtbeheerder, de wijkconsulent, en de managers en hen inzicht geven in mijn manier van werken en waarom dat van belang is voor buurtbewoners en voor Mitros. In het begin was dat best een moeizaam proces. Over casussen praten aan de hand van een concreet voorbeeld is nog iets heel anders dan het zelf meemaken en meevoelen in de praktijk.

Ik heb ondervonden dat het enorm helpt om samen met de woonconsulent op bezoek te gaan bij buurtbewoners. Zij kunnen dan zien hoe mijn werk er in de praktijk uitziet; dat buurtbewoners mij vertrouwen en kennen en ik hen, dat ik zorg voor continuïteit, dat ik weet heb  van veel zaken die spelen binnen een gezin en dat ik die, waar nodig, in gesprek kan brengen. Waren er in het begin miscommunicaties tussen mij en woonconsulenten en grote verschillen van inzicht, al na een paar weken en na een paar van dit soort bezoeken hoorde ik terug dat ze zagen dat ik een relatie had met de buurtbewoners, dat ze onder de indruk waren van de levensverhalen van deze bewoners en dat ze goed snapten waarom het voor hen van waarde was dat ik er ben. Maar ook dat ze het belang voor Mitros zagen van mijn werk in de buurt, omdat ze terug hoorden hoe vaak een buurtbewoner tussen wal en schip dreigt te vallen als er niet iemand naast staat die kan meedenken en anticiperen. Ze zagen de zwaarte voor de kwetsbare buurtbewoners van dit hele proces van verhuizen en hoorden van hen terug hoe fijn het was dat er iemand is die dat samen met hen volhoudt en meemaakt. Dat was erg fijn om terug te krijgen!

Voor veel buurtbewoners bleef de spanning over wel of niet verhuizen en waarheen oplopen. Ik heb met alle bewoners veel gesproken over hun zorgen en hun afwegingen met betrekking tot het verhuizen.* "Wanneer worden onze huizen nu gesloopt en kan ik terugkeren naar een nieuwbouwwoning in de buurt waar ik zo graag wil blijven of niet?" De urgenties zijn weer verlengd, dus het proces is verder vertraagd. En omdat buurtbewoners niet weten hoe de woningen van de nieuwbouw er precies uit gaan zien, blijft het kiezen tussen in één keer goed verhuizen of terugkeren naar de nieuwbouw, erg lastig. Daar komt bij dat de sociale huurprijzen fors gestegen zijn, waardoor buurtbewoners die er niet zelf voor gekozen hebben te verhuizen, meer huur moeten gaan betalen. Dat wordt als onjuist en onrechtvaardig ervaren. Tegelijk voelt de wooncorporatie (net als andere wooncorporaties in Utrecht overigens) zich onder druk van het rijk gedwongen de huren te verhogen omdat ze anders simpelweg niet kunnen voortbestaan. Ik maak deze dilemma's en frustraties aan beide zijden van dichtbij mee. Dat maakt dat ik de corporatie de dilemma's uit de buurt kan teruggeven en de buurtbewoners kan uitleggen dat Mitros het niet doet omdat ze dat zelf zo leuk vindt, maar ook gedwongen wordt tot dit soort maatregelen. Mijn rol is het inzichtelijk maken voor beide partijen wat de consequenties en interpretaties zijn van genomen maatregelen en het daar samen in uithouden en zoeken naar creatieve mogelijkheden om het voor de buurtbewoners, waar dat kan, makkelijker of doenlijker te maken.

* Er is nog steeds onduidelijkheid over de nieuwbouw aan het Queeckhovenplein. De voorlopige planning voor sloop is eind 2015 en dan is er de hoop dat er in 2016 gestart kan worden met de nieuwbouw. Het is nog steeds niet duidelijk hoe de woningen er precies uit komen te zien, wat betekent dat het voor de buurtbewoners moeilijk blijft om een weloverwogen keuze te maken.

Na de verhuizing

Voor mannen, vrouwen en kinderen uit zo'n 8 gezinnen was het erg moeilijk om hun draai te vinden of viel het na hun verhuizing in meer of mindere mate tegen. Dat had te maken met een gevoel van eenzaamheid, het uit je vertrouwde sociale structuur getrokken worden en opnieuw iets moeten opbouwen met je buren en met buurkinderen. Met name vrouwen en kinderen vonden dat moeilijk en raakten soms ontheemd of eenzaam. Een man bleef enorm veel last houden van geluidsoverlast van zijn nieuwe buren wat tot verschillende escalaties heeft geleid. De onbarmhartigheid van werkers en systemen daarin hebben mij geschokt. Het lijkt wel of het niet kan dat verhuizen naar een nieuwer en mooier huis kan tegenvallen of niet past bij de persoon. Dus wordt er alles aan gedaan om de schuld daarvan bij de persoon zelf te leggen. Je moet van goeden huize komen, wil je je in dat geweld staande kunnen houden. Je mag je niet vergissen in een keuze, er is geen weg terug.

Kinderen viel het zwaar nieuwe vriendjes te maken in hun nieuwe buurt. Zij verlangden terug naar hun oude plek die intussen niet meer bestond, omdat daar ook meer en meer kinderen waren verhuisd. Meer dan dat volhouden en proberen nieuwe vriendjes en vriendinnetjes te maken, zat er niet in. Er samen over praten en bespreken wat belangrijk is in een vriendschap bleek wel te helpen.

De hogere huur in verhouding tot soms minder ruimte werd vaak niet begrepen. 'Waarom moet ik meer betalen voor minder ruimte terwijl de wooncorporatie bepaalt dat ik mijn huis uit moest', was een vraag waar we veel over hebben gesproken.

Gelukkig waren er ook bewoners die erg blij en gelukkig waren met hun lang verwachte nieuwe woning. Het was mooi om te zien hoe mensen ervan opveerden en zich inzetten om hun nieuwe huis tot een thuis te maken. Het vieren en markeren van dit soort grote overgangsmomenten werd zeer gewaardeerd.

Samenwerking in het kader van Nieuw Welzijn

De plannen van de gemeente Utrecht rond Nieuw Welzijn die eind 2012 concreter werden, hebben zich in 2013 verder uitgekristalliseerd. In de wijk Noordwest en West waar Monique, Hester en Evelien en ik in werken, is de nieuwe welzijnsorganisatie Stichting Me'kaar (voortgekomen uit Portes) samen met verschillende alliantiepartners waaronder de Stichting Buurtpastoraat en de Stichting Presentie het welzijnswerk opnieuw gaan inrichten. Als onderdeel van dat nieuwe welzijn hebben wij samen met Stichting Me'kaar en de Stichting Presentie een leerteam samengesteld van verschillende goede werkers uit zowel de Queeckhovenbuurt als de eerste Daalsedijkbuurt die geworteld zijn in de buurt. Met elkaar leren we op een presente manier te (gaan) werken. Marije van der Linde (Stichting Presentie) en ik zijn de trekkers van de groep. Marije kan vooral vanuit de theorie en haar supervisorachtergrond haar bijdrage leveren en ik als ervaringsdeskundige vanuit de praktijk. Doel van  deze proeftuin is om diepgewortelde relationeel verbonden kennis uit de wijk bijeen te brengen in dit presentieteam.

Met dit doel hebben we onszelf een gezamenlijke leeropdracht gegeven, namelijk om voortdurend, vanuit de buurt, de leefwereld, geredeneerd, organisatie overstijgend, hulp en steun te bieden aan de meest kwetsbaren: met elkaar leren wat hier in de wijk werkt en nodig is en hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen.

Met z'n zevenen zijn we aan de slag gegaan in het proces van werken, leren, aanpassen aan de nieuwe situaties en groeien. Eén keer per maand hebben we een leerbijeenkomst waar we door middel van het heel precies bespreken van logboekverslagen (Case Based Learning) verschillende inhoudelijke kwesties op tafel krijgen. Daarnaast denken we na over het nog steeds veranderende landschap van welzijn en wat onze rol daarin moet of kan zijn. Ik ervaar dit proces als voedend en zeer inspirerend en belangrijk voor de kwaliteit van ons werk.

Omdat de gemeente welzijn en individuele hulpverlening uit elkaar getrokken heeft, is heel welzijns- en zorgland in Utrecht bezig geweest om zichzelf te herorganiseren in nieuwe organisaties. Daarbij zijn er twee stads-brede organisaties opgericht voor hulpverlening voor volwassen (U-centraal) en hulpverlening voor kinderen en gezinnen (Jes030). Daarnaast zijn er verschillende nieuwe welzijnsorganisaties opgericht, verdeeld over zes door de gemeente vastgestelde gebieden van Utrecht. Dit was en is nog steeds een enorme transitie en heeft naast kansen voor meer wijkgericht werken ook tot gevolg gehad dat organisaties erg met zichzelf bezig zijn geweest, het eerste half jaar van 2013. Dat had tot gevolg dat met name kwetsbare buurtbewoners geen idee meer hadden waar ze terecht konden, dat outreachende werkers plotseling uit de buurt verdwenen waren en dat het lange tijd onzeker was of en wie daar dan voor terug zou komen. Er was, kortom, een enorm gat ontstaan. Langzamerhand begint het welzijn en de zorg weer contouren te krijgen.

Dwars door deze transitie heen, loopt de ontwikkeling van de buurtteams. In 2012 heeft de gemeente twee pilots met buurtteams gestart. Generalistische werkers met verschillende achtergronden werken in één team met elkaar samen voor bewoners. Achterliggende gedachte is dat er minder aan hokjesvorming  in de hulpverlening wordt gedaan en dat buurtbewoners  naar één loket toe kunnen gaan of één hulpverlener over de vloer krijgen. Dat is een mooie en wenselijke ontwikkeling! Deze ontwikkeling is in 2013 doorgezet en moet richting 2014 en 2015 uitmonden in 20 buurtteams in Utrecht. Vanuit ons presente buurtteam proberen wij te zoeken naar samenwerking met deze buurtteams en te kijken hoe we elkaar kunnen versterken en aanvullen ten dienste van de buurtbewoners.

Samenwerking en communicatie

·         De relatie en communicatie met bewoners is het primaire werkproces en wordt door mij opgebouwd en onderhouden door rond te lopen en aanspreekbaar, aanklampbaar, open, flexibel en vindbaar te zijn. Hierdoor kunnen signalen van bewoners opgepakt worden, en teruggekoppeld aan Mitros en andere instellingen. Het is mijn specifieke taak deze brugfunctie te vervullen.

·         Met de nieuwe woonconsulente van Mitros heb ik een goede en collegiale samenwerkingsrelatie opgebouwd. Zij heeft meer inzicht in mijn werk en in werken met de presentiebenadering gekregen en ik in dat van haar. De personele verschuivingen zijn, zoals opgemerkt, lastig voor mij en voor de buurtbewoners, omdat ik werk vanuit een relatie met buurtbewoners (en collega's) en heb gezien dan het voor woon- en wijkconsulentes en beheerders ook belangrijk is om zicht te krijgen op de bewoners en een relatie op te bouwen. Gelukkig kan ik daar een verbindende rol in spelen.

·         Dit jaar hebben de vrijwilligers van de Opstandingskerk uit Zuilen onder coördinatie van Jeroen Ouwerkerk bij gezinnen weer praktische hulp bij het verhuizen geboden

·         Ik schrijf reflectieverhalen over mijn werk en bespreek die met mijn collega's, met name in het Presentieteam (Leefwereld Community of Practitioners) waarin we samen leren aan de verschillende praktijken. Met mijn collega's Hester en Evelien bespreek ik in reguliere overlegmomenten mondeling het werk en op momenten dat ik het nodig heb, zoek ik ze per telefoon op om even stoom af te blazen of te sparren over concrete inhoudelijke zaken die zich voordoen; moreel beraad in presentietermen.

·         Ik heb samengewerkt met verschillende medewerkers van Mitros in gevallen waarin we wederzijds signalen doorgaven of waarin ik samen met buurtbewoners het gesprek zocht bij problemen op het gebied van wonen en samenleven.

·         Er was samenwerking met Centrum Maliebaan GGZ Utrecht, waarbij er frequent overleg was over een buurtbewoner. Datzelfde geldt voor verslavingszorg Victas.

·         Er was overleg en samenwerking met Altrecht

·         Er was intensieve samenwerking met Portes/ Stichting Me'kaar in de uitvraag voor nieuw welzijn en daarna met het opzetten en laten groeien van de LeefwereldCop in samenwerking met Stichting Presentie.

·         Rondom een incident in de buurt was er veel uitwisseling en overleg met een outreachend maatschappelijk werker van Portes.

·         Rondom een verhuizing waar veel begeleiding vanuit verschillende instellingen voor nodig was, was er intensieve samenwerking met Altrecht FACT team, met Stichting Lapso en Stichting Present en medewerkers van de Sociale werkplaats die hielpen bij het verhuizen.

·         Er was overleg en samenwerking met een werker van de SBWU, de G&GD en met huisartsen.

·         Dick den Hertog van de Roobolkapel en vrijwilligers van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt hebben geholpen bij praktische zaken rondom verhuizen van buurtbewoners.

·         In verschillende gevallen is de Pech&Mazzelpot bijgesprongen met financiële steun.

·         Er was intensief overleg en samenwerking met een gezinsbegeleider van Stichting Stade.

·         Ik heb meegedaan aan het onderzoek van de gemeente om de buurtaanpak te evalueren, waardoor we in 2014 op een andere manier door zullen gaan. Daarnaast ben ik samen met Marije van der Linde van de Stichting Presentie geïnterviewd door een onderzoeker die namens de gemeente Utrecht voor de gemeenteraad onderzoek doet naar het nieuwe welzijn en welke ondersteuning vrijwilligers daarbij nodig hebben. Vanuit de presentiebenadering en onze focus op de kwetsbare buurtbewoners hebben wij daar onze bijdrage aan gegeven.

·         In 'Herademing', tijdschift voor spiritualiteit en mystiek met een oecumenische oriëntatie dat een nummer rond het thema 'wonen' publiceerde, heb ik het artikel  'Thuis verhuist niet mee' geschreven. Een theologische reflectie op wonen, verhuizen en ontworteld raken en hoe ik dat in de levens van de buurtbewoners heb gezien en meegemaakt.

·         Voor het LudgerusMagazine, het parochieblad van de Ludgerusparochie verzorgden mijn collega's Titus, Monique en ik bij toerbeurt maandelijks een column.

 
 
*