• Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 3
  • Algemene afbeelding 1
Rivierenwijk Kanaleneiland 2014

RIVIERENWIJK / KANALENEILAND

TITUS SCHLATMANN

Dit deel van het jaarverslag is een bijdrage uit de praktijk van het werk in Rivierenwijk /Kanaleneiland. In 2014 heeft het werk zich doorontwikkeld. Daarover informeer ik u in dit verslag.

Het werk is in zijn kern contactwerk. Dat wil zeggen: in contact staan met wijkbewoners, 'er zijn' bij de mensen in de wijk, daar waar wij willen zijn: bij de mensen voor wie het leven niet zo van een leien dakje gaat. Ik probeerde ook in 2014 vooral een oningevulde aanwezig­heid te bieden. Ruimte in de tijd. Ik haastte mij vaak om me te verplaatsen van de ene plek naar de andere, om daar vervolgens langzaam aanwezig te kunnen zijn, aanklampbaar, aan­spreekbaar. Als ik meegegeten heb bij de wijklunch op de ene of de andere plek in de wijk, probeer ik meestal om nog wat langer te blijven. Om te zorgen voor die oningevulde tijd. Daarin kan ik dan een praatje aanknopen met iedereen die er is. En door er zo losjes te zijn, merk ik dat anderen uit zichzelf  juist ook graag een praatje beginnen met mij. Vaak vertellen mensen mij dan allerlei zaken die voor hen ertoe doen. De één moppert eens lekker, de ander maakt juist graag een grapje, de volgende vertelt liever over  het lichaam dat niet (meer) wil, dan is er iemand die in vertrouwen komt klagen over wat zij/hij zo moeilijk vindt in de samenwerking met anderen, en dan weer iemand die graag wat alledaagse dingetjes uitwisselt. Ik heb geleerd dat alles er evenzeer en gelijkelijk toe doet. Omdat aan alles betekenis kleeft en iedereen ertoe doet.

Ik heb mij als buurtpastor zoveel mogelijk laten leiden door behoeften en belangen van wijkbewoners. Zij leven hun leven, individueel en collectief. Ik ben op diverse wijze bij hen betrokken geraakt.  Het werk beleef ik als dienstverlening aan hen. Ik ben daarom ingegaan op diverse verzoeken van buurtbewoners om langs te komen, iets te bespreken, mee te gaan naar een moeilijke situatie, te helpen met een formulier of een aanvraag of wat het ook mocht zijn.

Naast, en vanuit, alle open ruimte en oningevulde tijd, en ingebed in de contacten met veel mensen, zijn gaandeweg 6 werksporen ontwikkeld en naar voren gekomen. Dit waren de 6 werksporen van 2014:

Ondersteuning bewoners-zelfbeheer buurthuis De Nieuwe Jutter.Ontwikkelen  en ondersteunen 'maatschappelijke steunstructuren' op wijkniveau.Ondersteuning bewoners-zelfbeheer en participatie bij 3Generatiecentrum Kanaleneiland.Empowerment in individueel contact en begeleidingen.Ondersteuning zelforganisatie van 'ervaringscoaches'.

6.Uitwisseling en overdracht met het oog op methodiek(ontwikkeling) stadsbreed.

1.      Ondersteuning Buurthuis De Nieuwe Jutter in bewoners-zelfbeheer

De mensen die zich samen inzetten voor De Nieuwe Jutter zijn zo goed als allemaal bijeen gebleven in 2014. Een enkeling viel af, en dan ineens kwamen er soms uit onverwachte hoek vrijwilligers bij, meestal via de informele netwerken van bewoners zelf. Mensen bleken heel trouw in hun deelname en inzet, al was het geen gemakkelijk jaar voor hen. De begeleiding was hier zoveel mogelijk op gericht: op het volhouden van vrijwilligers in de hun zelf toegemeten taken, en op vernieuwing, met nieuwe deelnemers. Precies daar zat ook de nodige spanning en wrijving.

Te midden van de dagelijkse dynamiek was ik in ieder geval altijd op woensdag en vrijdag enkele uren present. En verder op wisselende momenten, daar waar mijn deelname bij overleg gevraagd of gewenst was. Daar werden dan vaak de belangrijke knopen doorgehakt of de moeilijkheden doorgesproken. Daarnaast was de begeleiding van belang in de wandelgangen, in het fungeren als aanspreekpunt en vrijplaats voor iedereen. Daarin waren relatiebeheer, trouw, continuïteit, oog voor de kwetsbaarsten en betrouwbaarheid belangrijke factoren [conform methodiek van de 'presentiebenadering'].

Ik heb extra aandacht gegeven aan mensen van wie ik merkte dat zij bij anderen minder in beeld waren of een minder gerieflijke positie innamen in het groepsgebeuren. Ik heb geprobeerd opmerkingen en aanmerkingen van mensen te horen, te honoreren en vervolgens te kanaliseren naar waar dit het beste naartoe kon gaan. Klachten over de gang van zaken zijn eigenlijk altijd een vorm van betrokkenheid. De kunst is om ervoor te zorgen dat de klacht ook geuit wordt op de juiste plek, meestal bij de centrale beheergroep of het centrale overleg van de keuken of de barvrijwilligers. Hierin heb ik een coachende en begeleidende rol gespeeld. Zo is samenwerking tussen betrokken burgers voortdurend een grote en boeiende oefening.

In 2014 heb ik op deze locatie bijgedragen aan enkele 'ontwikkel'projecten:

* de opstart van een leerwerkbedrijf ('Terecht');

* de verdere groei van de dagopvang voor senioren in kwetsbare situaties: eenzaam, met

beginnende Alzheimer, belastend voor de mantelzorger(s);

* het goede omgaan met jongeren die onverwachts binnenkomen;

* het verhelderen en transparant maken van de verschillende geldstroompjes. die in beheer

zijn van wijkbewoners.

Met betrekking tot het thema 'omgaan met jongeren' is het verstandig gebleken om met collega's van het jongerenwerk en de wijkwelzijnsorganisatie samen te werken. Dit is op heel plezierige wijze verlopen. Het is gelukt om de gastvrouwen en gastheren van De Nieuwe Jutter twee avonden training te geven omtrent het thema 'hoe hanteer ik jongens die ik zo lastig vind?' Daarnaast is er ook nog een mogelijkheid verkend voor een mediation-traject tussen jongeren en vrijwilligers. In het lopende jaar 2015 zal blijken in hoeverre dit aan een behoefte voldoet. Het is fijn om te zien dat er al veel vooruitgang is geboekt. De spanningen tussen de verschillende groepen zijn aanmerkelijk afgenomen. Het is fantastisch om te zien dat het buurthuis steeds meer een 'çhille' plek voor jongeren kan zijn, zonder dat dit angst en onrust teweeg brengt bij de andere gebruikers.

Ik heb soms ook geholpen met het schrijven van brieven of  rapportages. Samen met diverse verwijzende instanties zoals Lister, Stichting Exodus en o.a. de VanderHoeve-kliniek is gewerkt aan concrete vormen van sociale (re)activering van cliënten. Vanuit situaties van beschermd en begeleid wonen, en soms ook van intramurale zorg, zochten wij bij te dragen aan geslaagde matches tussen de desbetreffende cliënten en de bestaande vrijwilligers in het buurthuis, ten behoeve van nieuwe vormen van dagbesteding en vrijwilligerscontracten. Er is ook ondersteuning geboden aan het bieden van plek aan VMBO-stagiaires (maatschappelijke stages en beroepstoeleidende stages).

2.Ontwikkelen en ondersteunen maatschappelijke steunstructuren op wijkniveau (Rivierenwijk)

Initiatieven die niet onteigend worden, maar in hoge mate van de wijkbewoners kunnen zijn en blijven, blijken een lange levensduur te hebben. Bovendien zijn zij vaak behulpzaam als 'sociale steunstructuur'. Daarmee bedoel ik: dat diverse deelnemers daaraan kunnen en mogen meedoen, en dat dit van betekenis is voor hen: het helpt hen om hun dagelijks leven vorm te geven. Het betreft hier o.a. de volgende buurt-initiatieven, die zich ook kenmerken doordat zij laagdrempelig en nabij zijn: Werkgroep Voedselbank PLUS, kleinschalig buurthuis Het Trefpunt aan de Rijnlaan, het klussenteam, de bewonerscommissie voor het wijkfeest, de groep vrouwen die de tweedehandskledingwinkel draaiende houden, het wekelijkse lunchteam en nog steeds de wijkkrant De Rivierwijker .

Deze initiatieven vormen steunstructuren voor de deelnemers. Men maakt anderen mee, er groeit onderling vertrouwen. Mensen gaan ergens bij horen en beginnen zich thuis te voelen. Zij worden terugkerend deelnemer en voelen zich daardoor meer gezien en gehoord. Hun eenzaamheid wordt doorbroken.

Het werk bestond dit jaar uit o.a.: de dragende vrijwilligers van deze initiatieven op presentie-achtige wijze ondersteunen en bekrachtigen. Er is trouwe ondersteuning en 'coaching op maat' geboden. De buurtbewoners hadden en hielden hun eigen inbreng omtrent de ontwikkeling en groei van hun activiteiten. De bewonersbetrokkenheid is nadrukkelijk overeind gebleven, hoe moeilijk het soms ook was. Dit heeft bijgedragen aan de vorming van sociale netwerken en sociale familiariteit. De activiteiten hadden weliswaar vaak de gestalte van 'welzijnsactiviteiten' (ontspanning, gezelligheid, ontmoeting), maar 'over de band' van die talloze bijeenkomsten ontstond er onderlinge zorg en hulpverlening.

Voorwaarde is dat het klikt tussen mensen onderling. Soms is dat proces weerbarstig en moeilijk, lukt de klik niet. En als het daarmee wel lukt ontstaat er toch ook onderlinge spanning en conflict. Daarin weerspiegelt zich volgens mij de maatschappelijke klemsituatie van diverse mensen. Velen ervaren maar knap weinig vrijheid en keuzemogelijkheid in hun leven. Dit roept frustratie op en dat wreekt zich in de onderlinge verhoudingen. Dit proberen wij samen te bespreken en op te lossen. Er is ook vaak een vorm van moeten uithouden met elkaar; het ongerijmde proberen uit te houden. De identiteit van het werk is o.a. terug te vinden in het streven om niemand af te schrijven of  buiten te sluiten. Dat maakt het samenleven en samenwerken hartstikke mooi, en tegelijk soms ook moeilijk en traag.

Met betrekking tot dit deelonderwerp hebben wij door de bovenstaand omschreven werkwijze faciliterend gewerkt voor: (in Het Trefpunt) vier vrouwengroepen o.a. voor Arabische les; drie kindergroepen Arabische les; een eetclub op dinsdag; een koffiegroep; een teken/schildergroep en een bijbelleesgroep, waar ik overigens ook aan deelnam. Tevens voor de wekelijkse inpak en uitgifte van het Voedselbank-uitgiftepunt Rivierenwijk en de bijbehorende kledingactie. Daarnaast is er bijgedragen aan zes keer doen verschijnen van het wijkkrantje De Rivierwijker. Tenslotte is er gefaciliteerd bij de werkwijze van stichting Ruimte voor de Buurt, die niet alleen zorg draagt voor de zakelijke continuïteit van Het Trefpunt, maar ook het project Dwarsverband mogelijk maakt: een empowerment-project van en voor burgers die kennis en ervaring willen delen op het vlak van zelfbeheer van wijklocaties (zie ook het project 'overdracht  en uitwisseling').  Ik heb soms ook geholpen met het schrijven van brieven of rapportages.

Deelnemend aan de Interkerkelijke werkgroep etnische groeperingen Rivierenwijk heb ik samen met hen bijgedragen aan de Dag van de Dialoog en aan de Pinkstermaaltijd in de Nieuwe Jutter in 2014.

In totaal zijn er in en om de steunstructuren zo'n 120 personen per week als vrijwilliger/ deelnemer betrokken, afgezien van de 58 bezoekers per week, die langskomen tijdens de uitgifte van de Werkgroep Voedselbank.

3.  Ondersteuning zelfbeheer bij 3GeneratieCentrum in Kanaleneiland

In 2014 is ook ondersteuning geboden aan wijkbewoners uit Kanaleneiland, betrokken bij het 3GeneratieCentrum aldaar. Overdag is het '3GC' vooral een vrouwencentrum. Dan kunnen zij in een vertrouwde en veilige sfeer elkaar ontmoeten, meedoen aan sport en beweging, aan zingen of koffieclub en diverse andere activiteiten. 's Avonds en in het weekend staat het centrum ook open voor mannen en zijn de activiteiten nog meer divers. Op dinsdag en vrijdag wordt hier een fantastische wijkmaaltijd bereid en verzorgd door VanHarteResto. Maar ook op andere momenten zijn er wijkmaaltijden of feestelijke bijeenkomsten.

Het Centrum werkt volledig met vrijwilligers/sters. Verreweg de meesten zijn wijkbewoner, waardoor er directe, permanente lijntjes met de wijk zijn. Vanuit de gastvrouwen, verenigd in de 'bruggroep' en op de achtergrond ook ondersteund door het (vrijwillig) bestuur, coördineert men het rooster van activiteiten. Wat er plaats vindt is niet zozeer een aanbod van de bruggroep, als wel een activiteit die bewoners graag zelf starten, zoals de wijklunch, de koffieclub, het zangkoor, de creatieve clubs, de meisjesclub, enzovoorts. Allerlei culturen en verwante organisaties vinden plek in het 3GC.

In het overleg van de bruggroep wordt het reilen en zeilen van het alledaagse beheer met elkaar besproken. Hoewel nooit zo beseft en genoemd door de betrokken wijkbewoners, is het 3GC ook echt een 'civil-society'-initiatief  i.p.v. een conventioneel-regulier welzijnsaanbod, en is permanent in ontwikkeling.

De klussenclub is erg belangrijk voor het centrum. Ik probeer daarin een samenbindende rol te spelen.

De wekelijkse wijklunch op maandag is hier ook van grote waarde, alsmede de intensievere samenwerking met VanHarteResto, en met 'Panoramix': het huiskamerproject van ervaringscoaches op  Kanaleneiland. In de zomer waren er van alle activiteiten afgevaardig­den die deelnamen aan een groot zomerfeest in het centrum. Dit initiatief van enkele deelnemers heb ik van harte ondersteund, omdat het bijdroeg aan de onderlinge verhoudingen en dwarsverbindingen.

Met betrekking tot dit wijkcentrum hebben wij door de werkwijze faciliterend gewerkt voor: zo'n twintig verschillende activiteiten, zoals van: Zangkoor Rozeneiland, de Malle Meiden, Lister K'eiland, VanHarteResto Utrecht, Marhaban, BMP/ANWHAT, enz. Hier zetten ongeveer veertig vrijwillig(st)ers zich actief bij in en zijn er inmiddels wekelijks ongeveer 250 tot 300 deelnemers/bezoekers.

4.  Empowerment in individueel contact en begeleidingen

Uit de ontmoetingen en contacten op de werkvloer in de wijk komt de behoefte naar individueel gesprek van sommige buurtbewoners aan het licht. Met een aantal bewoners heb ik daarom welbewust intensiever contact. Ik spreek hen individueel, soms een paar keer achter elkaar in een reeks van gesprekken. Ik probeer zoals altijd af te gaan op iemands behoefte en belang. Sommigen zijn nogal op zichzelf, hebben nauwelijks anderen om hun verhalen of gevoelens mee te delen.

Zij kunnen op momenten dat het van belang is niet terugvallen op mensen in hun directe omgeving, en zijn om die reden kwetsbaar te noemen. Mensen hebben soms contactstoornis of hechtingsproblemen, of zijn gewoon sociaal onzeker en onhandig. Degenen die dan toch nog durven te komen naar sociale activiteiten en zichzelf daar als vrijwilliger durven in te zetten, voelen zich vaak kwetsbaar en hebben grote behoefte aan emotionele ondersteuning.

Ik zocht  op vele manieren, meebewegend met het ritme en de locatie van bewoners, contact  en ging het gesprek aan. Ik 'investeerde' in de hierboven beschreven doelgroep ('sociale periferie'): het bezoekwerk aan mensen die in meer of mindere mate afwijkend zijn en buiten de (wijk)gemeenschap staan. Deze verloren lopende mensen blijken behoefte te hebben aan (levens-) begeleiding, troost en bemoediging. Ik heb gepoogd deze te geven. En tegelijk en altijd weer probeerde ik verbindingen te leggen. Zou ik deze mens op een creatieve manier in verbinding kunnen brengen met anderen? Zodat er verbondenheid en aandacht, liefde en zorg over en weer kan gaan stromen. Soms lukt dat, niet altijd.

Ik investeerde tijd en aandacht in (nieuw gegroeid) vrijwilligerskader: mensen uit de wijk die dragende kracht zijn van buurtactiviteiten. Deze contacten werkten bindend en bevestigend, boden steun en hield mensen als buurtvrijwilliger vast. Het levert een bepaalde empowerment op: versterking van zelfbeeld en eigenwaarde. Het draagt ook bij aan vergroting van onderling vertrouwen en van vertrouwen in professionele werkers (zorg/hulpverlening).

Overigens ben ik vanuit de individuele contacten in 2014  driemaal benaderd om voor te gaan tijdens de crematie van overleden buurtbewoners.

5.  Ondersteuning zelforganisatie 'ervaringscoaches'

Via de wekelijkse wijklunch op maandagmiddag ben ik in contact gekomen met deelnemers van het project 'Panoramix'. Ik kende dit project niet, dus ik vroeg wat het behelst. Panoramix is de naam van een huiskamer in Kanaleneiland-Noord, op de Monnetlaan, tegenover het 3GeneratieCentrum. Het wordt gerund door 'ervaringscoaches': mensen, die vanuit hun 'cliënt-ervaring', andere mensen met vergelijkbare problemen proberen te coachen om hun leven verder op de rails te krijgen. Het gaat hier om  allerlei mensen die op de een of andere wijze cliënt of ex-cliënt zijn van de maatschappelijke opvang, verslavingszorg, beschermd wonen, vrouwenopvang en jongerenopvang.

Ik vond het bijzonder waardevol dat zij meededen met de wijklunch. Zo maken dames die lid zijn van het zangkoor tijdens de lunch  ineens de ervaringscoaches mee. En buurman Max, en vrijwilligster Coby, en overbuurman Gokhan. Zo mengen zich mensen van diverse afkomst. Voor iedereen was dat leuk. We leerden elkaar in informele sfeer kennen. Over de band van de gezelligheid en het samen eten groeide er vertrouwdheid en dat is een belangrijke voorwaarde om je kwetsbaar te durven tonen aan elkaar. Ik ontdekte dat deze groep krachtige en tegelijk kwetsbare ervaringscoaches hun weg zochten met hun inzet en hun nog jonge organisatie.

Op een dag verzocht Sydney, één van hen, mij of ik mee wilde denken met de oprichting van een goedlopende overlegstructuur: een zelforganisatie met een stichting, ten behoeve van deze ervaringscoaches. Ik heb gemeend op dat appèl in te moeten gaan, en wilde wel proberen, samen met anderen, een bijdrage te leveren. Sinds medio 2014 is hier overleg over gestart dat stapje voor stapje heeft geleid tot de beoogde eigen organisatie, geschraagd door de (nieuw gevormde) Stichting Herstelwerk. Voor al die krachtig-kwetsbare ervaringscoaches betekent dit ondersteuning en continuïteit. Op verschillende momenten van ontmoeting en overleg zien zij elkaar. Dat is mooi om te zien. En tegelijk is het ook een hele klus om de interne verhoudingen goed op te bouwen en onderling vertrouwen te laten groeien. Daar probeer ik een bijdrage aan te leveren.

In oktober overleed Fred, één van de ervaringscoaches van het eerste uur. Hierbij ben ik gevraagd om als voorganger op te treden tijdens de ontroerende afscheidsdienst in het buurthuis.

6.  Uitwisseling en overdracht met het oog op methodiek(ontwikkeling)

In dit kader was ik in 2014 bezig met enkele relevante zaken:

·         Overdracht en uitwisseling van methodische kennis heeft naar collega's toe plaats gevonden op diverse wijzen. In de alledaagse samenwerking met professionals van diverse instanties zoals o.a. Lister, Indigo, Exodus, Doenjadienstverlening, BoEx  en collega´s van particuliere initiatieven. Ik participeerde in de klankbordgroep van het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut (VJI) naar de kritische succesfactoren van buurthuizen voor en door wijkbewoners. Een belangrijk deel van de methodische uitwisseling en overdracht heeft plaatsgevonden middels deelname aan dit onderzoeksproject, in samenwerking met wetenschappelijk medewerkers van het Utrechtse VJI.

·         Op diverse momenten door het jaar heen begeleidde ik ook werkbezoeken van werkers die beroepshalve geïnteresseerd waren: studenten, collega's en journalisten.

·In 2013 was ik ondersteunend betrokken bij het Buurtkameroverleg in Het Strandpaviljoen aan de Noordzeestraat. Hier ben ik t/m maart 2014 bij betrokken gebleven, daarna is de begeleiding overgenomen door een collega. Mijn contact met de wijkbewoners is desondanks gebleven.·Ik neem het voortouw in de interdisciplinaire 'verhalengroep' die wij hebben opgebouwd met enkele collega's. Vier keer per jaar komen wij in deze studiegroep bij elkaar. Het betreft hier geen vergadering of streng overleg, maar een eerlijke, verfrissende en open uitwisseling op basis van werkervaringsverhalen: meedenken met elkaar; echt mooi. Wordt als erg bemoedigend ervaren.·Aan het eind van 2014 kwam de afspraak voor kennismaking met het nieuwe buurtteam.·Ik heb begeleiding geboden aan een HBO-stagiaire theologie.

 
 
*