• Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 3
Queeckhoven en Geuzenwijk 2014

QUEECKHOVENBUURT / GEUZENWIJK

HELEEN HEIDINGA

INLEIDING

Half april 2010 ben ik als buurtpastor/presentiewerker in Queeckhoven, een stukje van Zuilen, begonnen. In die buurt worden zo'n 200 woningen gesloopt en er zouden nog eens 200 gerenoveerd worden. De ervaring van wooncorporatie Mitros is dat het voor hen moeilijk is inzicht te krijgen in de buurtbewoners en dat wordt in de loop van de jaren dat ik er werk bevestigd. Zij zouden hun huurders graag beter in beeld hebben, omdat ze dan enerzijds beter bij hun wensen kunnen aansluiten en hun kunnen helpen in het proces van herhuisvesting, en anderzijds inzicht krijgen op welke manier ze hun eigen informatie zo goed mogelijk voor het voetlicht kunnen brengen, zodat het ook daadwerkelijk over komt.

Daarom is Mitros samen met Stichting Buurtpastoraat Utrecht en Stichting Presentie een project gestart met een buurtpastor/presentiewerker in de buurt. Iemand die dicht bij de mensen is, op straat, laagdrempelig en aanspreekbaar en vanuit de levens en de daarmee verbonden logica van buurtbewoners kan aansluiten bij hen. Doel is om met name de moeilijk bereikbare mensen voor wie verhuizen en herhuisvesten een ontwrichtende ervaring kan zijn, te bereiken, een relatie met hen op te bouwen om zo te gaan begrijpen wat er voor hen op het spel staat, en hen zo goed mogelijk door deze periode heen te (bege-)leiden.

Inmiddels zijn we bijna vijf jaar verder en is de overgrote meerderheid van de buurtbewoners verhuisd. Begin 2014 woonden er nog 17 huishoudens in de buurt die moesten verhuizen. 12 van die huishoudens bestonden uit 4 personen of meer, met als hoogste 10 personen. Dat bemoeilijkte het verhuizen aanzienlijk, omdat er weinig grotere huizen in de verhuur kwamen. Mitros moest snijden in het aantal uren om mijn werk te financieren. Met behulp van financiën en steun vanuit de plaatselijke kerken in Zuilen hebben de Protestantse en de Katholieke Kerk en de Gereformeerd Kerk Vrijgemaakt gezorgd dat ik toch nog uren hield om de mensen, die al verhuisd zijn maar nog hulp nodig hadden, te begeleiden. Dat was enorm fijn omdat er zo tijd kwam om te zoeken naar goede overdracht of om zaken op te pakken op het moment dat de bewoner daar aan toe was. Dit was het laatste jaar dat ik in opdracht van wooncorporatie Mitros de bewoners die moeten verhuizen begeleidde bij waar zij me nodig hadden. Afscheid nemen was dus ook een belangrijk thema dit jaar.

Daarnaast ben ik in oktober voor 6 uur per week gestart in opdracht van Stichting Me'kaar in de Geuzenwijk. Geuzenwijk is een belendende wijk van de Queeckhovenbuurt.

In mijn gedeelte van dit jaarverslag 2014 geef ik zowel verhalen uit mijn werkpraktijk als een cijfermatige terugkoppeling van mijn werk in de Queeckhovenbuurt en de Geuzenwijk.

De formele ordening van cijfers en de stand van zaken geven ook inzicht in mijn werk, alleen dan op een andere manier. Gecombineerd geven ze een levendig beeld van mijn werk en versterken ze elkaar. U mag zelf kiezen: of u leest de meer formele stand van zaken, of u leest de verhalen die daarachter, daaronder hebben gespeeld, of beide natuurlijk. Ik hoop dat de combinatie voor u werkt en dat ik u daarmee een inspirerende kijk ik mijn werk kan geven.

A.    QUEECKHOVENBUURT

De veranderde Queeckhovenbuurt -van (grote) gezinnen met kinderen die binding hebben met elkaar en met de buurt tot een jonge blanke studentenbuurt - wordt de nieuw status quo. Al blijft de dynamiek tussen een enkel gezin dat omgeven is door studenten moeizaam en stressvol. Ik beschrijf een aantal thema's die door het jaar heen belangrijk bleken.

I Thema's

a.      Overlast

De overgebleven gezinnen in de buurt, zijn meer en meer een minderheid geworden tussen de studenten. Botsende ritmes en mores hebben gezorgd voor overlast en een gevoel van vervreemding in de eigen buurt. Voor één gezin is die stress erg hoog opgelopen. Het wilde dolgraag zo snel mogelijk verhuizen en Mitros heeft daar uiteindelijk goed in mee gedacht. Als dan blijkt dat er toch niet koste wat het kost verhuisd kan worden en het gezin kritisch blijft op aangeboden kansen, ontstaat er wederzijds onbegrip tussen bewoners en corporatie. De bewoners voelen zich niet serieus genomen in hun dagelijkse geluidsterreur en bij de corporatie ontstaat het vermoeden dat zij niet serieus worden genomen in de moeite die ze doen een passende woning voor dit gezin te vinden. Mijn rol hierin is steeds het perspectief van de ene 'partij' aan de andere duidelijk maken en het gesprek terug brengen naar de inhoud.

Sommige bewoners, die al verhuisd waren, hadden opnieuw overlast van buren. Dat leek wel extra hard aan te komen, omdat ze nu juist verhuisd waren om deze overlast te ontvluchten. In één geval hebben we daar met succes buurtbemiddeling bij ingeschakeld, die bemiddelen kon in de gesprekken tussen buren. Dat gaf mij de ruimte om naast de bewoner te kunnen blijven staan en haar te coachen deze gesprekken aan te gaan, over haar gêne van niet goed Nederlands te kunnen praten heen te stappen en voor haar terug te vragen wat er nu gezegd was als ik het idee kreeg dat ze het niet goed snapte. Dat was een goed werkbare rolverdeling die uiteindelijk ook goed heeft uitgewerkt voor beide partijen.

b.      Financiën

Bij veel buurtbewoners speelt gebrek aan financiën een rol. Velen balanceren op het randje van net niet - net wel rondkomen. Als er dan iets mis gaat: er gaat iets stuk, er is plotseling een onverwachte uitgave of er wordt een beslissing genomen die later betreurd wordt, stort het kaartenhuis meteen in en lopen de problemen verder op. Zo was er een moeder wier dochter een nieuwe bril nodig had. Minder dan twee jaar geleden had haar dochter ook al een nieuwe bril gekregen, dus kon ze geen beroep doen op de ziektekostenverzekering. Tot overmaat van ramp hield de wasmachine op datzelfde moment er ook mee op en zakte haar jongste zoon door zijn bed heen. De gemeente Utrecht heeft de bijzondere bijstand afgeschaft. Je krijgt jaarlijks een eenmalige uitkering en die wordt je dan geacht te bewaren totdat zich iets voordoet waar je het voor nodig hebt. Als je chronisch geen geld hebt, heb je geen ruimte om zo'n donatie te bewaren. Alles wat je daarna nog aan de gemeente vraagt is een lening en zij bepalen de hoogte van de termijnen die je terug moet betalen. Deze moeder had zelf contact opgenomen met de gemeente en aangegeven dat ze 25 euro per maand kon terugbetalen maar geen 75 euro, wat de gemeente voorstelde. Dat was niet akkoord, dus besloot de moeder terecht deze lening niet te nemen. Na overleg met mij, hebben we uit de loods die we samen met de kerken in de buurt delen, twee goede matrassen gevonden voor het bed, hebben ze via Marktplaats een goedkope maar goede wasmachine gekocht en heeft een fonds van de kerk bijgedragen aan de bril van haar dochter.

Een van de vele voorbeelden van hoe gewone dagelijkse problemen kunnen leiden tot gaten in de financiën. Het is opvallend hoe afhankelijk veel bewoners zijn van instanties die geld verstrekken en hoe die instanties op hun beurt geen boodschap hebben aan de consequenties van hun beslissingen. Ik ervaar het als schokkend hoe bewoners dan vervolgens worden bejegend; alsof het hun eigen schuld is. Dat is niet helpend, voor niemand.

c.        Een nieuwe woning... of toch niet

Het was goed voelbaar bij alle buurtbewoners dat de tijd begon te dringen. Iedereen was zich ervan bewust dat de deadline van het verstrijken van de urgentie dichterbij kwam en dat Mitros de urgentie deze keer waarschijnlijk niet zou verlengen. Voor sommigen betekende dat ze ruimte moesten gaan maken om concreter na te denken over een andere woning, ook al zorgde dat voor veel weerstand en stress bij henzelf of bij andere leden van het gezin. Er waren binnen gezinnen ook verschillen van mening over het nieuwe huis, wat de relatie soms onder druk zette. Sommige bewoners keken dagelijks op woningnet en reageerden meteen als er een huis vrij kwam naar hun smaak. De teleurstelling werd steeds groter als ze dan op het laatste moment nog kelderden in de ranglijst van kandidaten voor een huis. Zo werkt het systeem, iedereen kan tot de deadline reageren op een huis, en als je meer woonduur hebt en ook een urgentie, kom je boven iemand met iets minder woonduur. De frustraties hoopten zich op. Ik hoorde vaak: Mitros wil toch dat wij eruit gaan, waarom zorgen ze dan niet voor een huis? Een terechte vraag, die niet past op het huizensysteem in Utrecht. Dat daar veel meer partijen mee gemoeid zijn, blijft ondoorzichtig voor buurtbewoners, hoe vaak ik dat ook uitleg. En bovendien, het helpt hun niet bij hun feitelijke situatie.

Drie gezinnen die een woning hadden geaccepteerd, moesten die beslissing weer terug draaien. Een gezin kreeg pas op het laatste moment door – eigenlijk te laat – dat ze veel meer voor de nieuwe woning moesten betalen dan voor hun huidige woning. En dat ze de woning dus niet konden nemen, omdat ze deze niet konden betalen. Dat was zuur. Het past ook niet op de logica van corporatie­medewerkers dat iemand niet kijkt wat een huis kost, voordat hij ja zegt. Gelukkig was er coulance en werden er geen extra kosten in rekening gebracht. Een ander gezin had gedacht dat Mitros in de nieuwe woning nog van alles zou verbouwen en verbeteren. Toen dat niet het geval was, trokken ze zich terug. Een derde gezin dacht afspraken gemaakt te hebben over de nieuwe woning, die in tweede instantie door de medewerker werden teruggetrokken. Er ontstond onenig­heid, frustratie en wantrouwen. De bewoners wilden het huis niet meer accepteren.

Ook bleek de angst over het wel of niet terug mogen keren naar de nieuwbouw hardnekkig. Dat belemmerde mensen de stap naar een nieuwe woning te wagen, ook al kregen ze mondelinge en later zelfs schriftelijke toezegging van de woonconsulent dat ze konden terugkeren. Veel bewoners hebben nog steeds geen vertrouwen op een goede afloop en dat gevoel stoelt op hun ervaringen uit het verleden met de wooncorporatie.

Veel gezinnen hadden problemen met afspraken over wat er wel of niet in de nieuwe woning moest worden opgeknapt door de wooncorporatie. Ik heb daarin vaak bemiddeld, gecoacht, of een stem gegeven aan het grieven van de buurtbewoners. Soms hadden we resultaat, soms niet. Ik ben weer bevestigd dat de bejegening van bewoners alles uitmaakt, ongeacht het resultaat: transparantie in waarom bepaalde dingen niet kunnen, of een antwoord dat komt terwijl men zich verplaatst heeft in de situatie van de huurder, maakt een wereld van verschil.

Redenen om te kiezen voor terugkeren naar de nieuwbouw of toch in één keer verhuizen zijn bijzonder. Zo zorgde een bijzondere avond tijdens een huwelijksfeest ervoor dat een aantal gezinnen besloot gezamenlijk te willen terugkeren naar de nieuwbouw. Die kogel was na vier jaar eindelijk door de kerk.

d.      Overdragen en afscheid nemen

Het overdragen van personen of gezinnen die geen heldere hulpvraag hebben, maar waar het wel belangrijk is dat er zo af en toe iemand langs komt, bleek zoals verwacht niet eenvoudig. Buurt­teams werken vraaggericht en de regie moet bij de bewoner liggen. Werkers uit het buurtteam lijken geen of weinig tijd te hebben om zonder afspraken in hun agenda in de buurt te zijn om iets op te bouwen met de buurt en de bewoners. Er zijn bewoners geweest die recht voor z'n raap tegen mij zeggen dat ze mij vertrouwen en dat er verder niemand hoeft te komen, als ik het niet meer kan zijn. In sommige gevallen is het toch gelukt mijn zorgen om een bepaald gezin in eerste instantie met het gezin te delen en van daaruit samen te werken aan het zoeken van passende zorg. Ook heb ik in gezinnen samengewerkt met het buurtteam en konden we taken verdelen. In sommige gevallen is de overdracht niet gelukt. Dat had verschillende redenen: omdat bij bewoners het ene na het andere probleem zich voordeed en ze daar heel druk mee waren, en dus niet met de afspraken met hulpverleners. Omdat medewerkers van een buurtteam voor de buurtbewoner ongeloofwaardig werden, omdat ze niet bereikbaar waren of niet terugbelden binnen een termijn die een bewoner in gedachten had. Of omdat het buurtteam de bewoner niet meer kon bereiken en aan mij vroeg of ik weer eens langs kon gaan. Dit zijn gecompliceerde zaken waar ik zorgen om heb. Omdat ik zie dat kwetsbare buurtbewoners zich moeilijk laten vinden, dat is een onderdeel van hun kwetsbaarheid. De meeste zorgstructuren zijn daar niet op gebouwd, of werken in de praktijk anders. Daardoor is de kans groot dat deze bewoners – voor wie de hulp en steun toch eigenlijk bedoeld is – weer tussen wal en schip vallen.

Een professionele relatie beëindigen omdat ik de buurt ga verlaten, niet omdat het niet meer nodig is dat ik er ben, voelt oneigenlijk. Eigen aan ons werk is dat we altijd een lijntje open houden en dat we nooit een casus afsluiten. Al zit er twee jaar tussen, mensen wisten me altijd weer te vinden op het moment dat het voor hen nodig was. Ik voelde druk om toch relaties te beëindigen omdat ik bang was dat ik anders geen ruimte zou hebben voor mijn nieuwe buurt, waar ik in 2015 zou starten. Daar heb ik in dit jaar wel mee geworsteld.

Uiteindelijk heb ik heel bewust tijd genomen om van buurtbewoners afscheid te nemen. We hebben teruggeblikt naar de afgelopen periode ben je er al bijna vijf jaar? en belangrijke momenten (nogmaals) gemarkeerd. In december heb ik met een aantal vrouwen uit de buurt een afscheidsfeestje georganiseerd, waarin ik overladen ben met dankbaarheid en cadeaus. Dat was een dierbare, ontroerende middag waarin ik veel heb teruggekregen. In de kerstvakantie ben ik bij wijze van afscheidsuitje met 20 moeders en kinderen naar Circus Cascade geweest, gesubsidieerd door het Zoudenbalchfonds. Voor iedereen een geweldige ervaring!

II Cijfers

o      Dit jaar heb ik met 70 volwassenen contact gehad, een kortdurende of langdurige relatie opgebouwd en onderhouden en/of intensief begeleid. Met intensief begeleiden bedoel ik dat ik minimaal 1 keer per week op bezoek ga en veel contact ouderhoud via mail, sms of Whats-app.

o      Met 18 kinderen van Turkse, Nederlandse en Marokkaanse afkomst heb ik regelmatig contact en fungeer ik als vertrouwenspersoon, een grote vriendin, iemand met wie je kunt nadenken over school, de toekomst, vriendschappen, leuke dingen etc.

o      Met 4 jongeren/jongvolwassenen heb ik gesprekken gevoerd over school, de thuissituatie en hoe ze zich daartoe konden verhouden en het zoeken naar passende hulp.

o      Met 6 jongvolwassenen heb ik meegedacht over hun toekomst, en geprobeerd samen met hen aansluiting te vinden bij passende hulp of een passend huis. Dat bleek erg moeilijk

o     Bij 7 gezinnen was ik intensief betrokken bij de praktische zaken rondom het verhuizen of rondom het al dan niet verkrijgen van een huis.

o     Bij 3 gezinnen waren er 1 of meerdere crises dit jaar waardoor het noodzakelijk was dat ik intensief langszij was. Mijn rol daarin was: individuele begeleiding en steun, coaching, iemand bevestigen, meedenken, helpen zich uiten, processen versnellen, doorbreken of aanjagen, pleitbezorger zijn, een stem geven aan iemand en het samen volhouden en overleg met andere zorggevers.

o     In januari waren er 17 gezinnen die nog moesten verhuizen. Ik ben veel bij deze gezinnen langs geweest en heb de druk en de stress zien oplopen. In oktober was ik aanwezig bij het gesprek dat de woon- en wijkconsulent hebben gevoerd met de 9 nog overgebleven gezinnen. Hen werd de huur opgezegd met een opzegtermijn van een half jaar en het goede nieuws kwam dat iedereen die wilde ook daadwerkelijk kon terugkeren naar de nieuwbouw. De woonconsulente en ik houden elkaar op de hoogte en weten elkaar over en weer te vinden. Met zo'n 10 gezinnen die al wel verhuisd zijn heb ik regelmatig of hernieuwd contact, van wie met 3 intensief, omdat de kwetsbaarheid op verschillende terreinen in hun leven zodanig groot is en groot blijft, dat er intensieve ondersteuning nodig is

o      Bij alle volwassenen heb ik concrete hulp geboden op het gebied van informeren, activeren, doorverwijzen, terugrapporteren naar instellingen, vergezellen of anderszins praktische hulp.

o     De relaties die ik heb opgebouwd met deze gezinnen geven inzicht in de krachten en problemen in het gezin, waardoor ik als brug of bemiddelaar naar Mitros of andere instellingen kan fungeren of kan luisteren en de situatie samen kan volhouden. Thema's die aan de orde zijn geweest zijn: verhuizen, toekomst, ziekte en gezondheid, rouw, financiën, schulden, verschillende emoties die te maken hebben met het moeten verhuizen zoals boosheid, angst, frustratie, verlies van sociale netwerken en blijdschap als een mooi huis werd verkregen.

III Samenwerking

III a Mitros

Dit jaar heb ik nauw samengewerkt met de woonconsulente van Mitros. Het was helpend dat ik heel precies voor het voetlicht kon brengen wat er speelde in de buurt, zodat zij dat binnen de organisatie kon meenemen. In oktober heeft Mitros de huur opgezegd aan alle bewoners die er toen nog woonden. Het was goed om deze gesprekken samen voor te bereiden en te voeren. Ik kon daar in de bezoeken bij de bewoners weer op terugkomen en waar nodig zaken terugkoppelen naar de corporatie.

III b Buurtteams

Dit jaar is de samenwerking met de buurtteam geïntensiveerd, waarover ik eerder al schreef. Daarnaast hebben we een zorgnetwerk georganiseerd, waarin medewerkers uit buurtteams, Stichting Me'kaar, Mitros en buurtpastoraat hebben samengewerkt met als focus de meest kwetsbaren in de buurt. Ik heb mijn ervaringen in de buurt en de geschiedenis van de buurt met nieuwe werkers gedeeld en geprobeerd het perspectief van de bewoner leidend te laten zijn.

III c Samenwerking in het kader van Nieuw Welzijn

De plannen van de gemeente Utrecht rond Nieuw Welzijn die eind 2012 concreter werden, hebben zich in 2014 verder uitgekristalliseerd. In de wijk Noordwest en West waar Monique, Hester en Evelyn en ik in werken, is de welzijnsorganisatie Stichting Me'kaar samen met verschillende alliantiepartners, waaronder de Stichting Buurtpastoraat en de Stichting Presentie het Welzijnswerk opnieuw gaan inrichten. Als onderdeel van dat nieuwe welzijn hebben wij samen met Stichting Me'kaar en de Stichting Presentie een Leefwereldteam samengesteld van verschillende goede werkers uit zowel de Queeckhovenbuurt als de eerste Daalsedijkbuurt die geworteld zijn in de buurt. Met elkaar leren we op een presente manier te (gaan) werken. Vanuit de Stichting Presentie is Marije van der Linde als trainer betrokken. Zij kan vooral vanuit de theorie en haar supervisor-achtergrond haar bijdrage leveren en ik als ervaringsdeskundige vanuit de praktijk. Samen zijn we kartrekkers. Doel van deze proeftuin is om diepgewortelde relationeel verbonden kennis uit de wijk bijeen te brengen in dit Leefwereldteam.

Met dit doel hebben we onszelf een gezamenlijke leeropdracht gegeven, namelijk om voortdurend, vanuit de buurt, de leefwereld, geredeneerd, organisatie overstijgend, hulp en steun te bieden aan de meest kwetsbaren: Met elkaar leren wat hier in de wijk werkt en nodig is en hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen.

Het team is inmiddels gegroeid naar 9 en er zijn werkers aangesloten vanuit Stichting JoU, Buurtteam Jeugd en Gezin Zuilen, Stichting Me'kaar en Stichting Buurtpastoraat Utrecht. Daar zijn we blij mee. We pogen het werken vanuit de presentiebenadering vanuit de praktijk te verbreden en te versterken.

Eén keer per maand hebben we een leerbijeenkomst, waar we door middel van het heel precies bespreken van logboekverslagen (Case Based Learning) verschillende inhoudelijke kwesties op tafel krijgen. Daarnaast denken we na over het nog steeds veranderende landschap en wat onze rol daarin moet of kan zijn. Ik ervaar dit proces als voedend en zeer inspirerend en belangrijk voor de kwaliteit van ons werk.

De ontwikkeling van de buurtteams krijgt verder vorm. Begin 2015 zijn er 20 buurtteams in alle buurten van Utrecht gestart. In Zuilen kreeg het buurtteam Jeugd en Gezin verder vorm. Vanuit ons presente leefwereldteam proberen wij te zoeken naar samenwerking met deze buurtteams en te kijken hoe we elkaar kunnen versterken en aanvullen ten dienste van de buurtbewoners.

III.d. Samenwerking en communicatie met anderen

o     De relatie en communicatie met bewoners is het primaire werkproces en wordt door mij opgebouwd en onderhouden door rond te lopen, aanspreekbaar, aanklampbaar, open, flexibel en vindbaar te zijn. Hierdoor kunnen signalen van bewoners opgepakt worden, en teruggekoppeld aan Mitros en andere instellingen. Het is mijn specifieke taak deze brugfunctie te vervullen.

o     Met de nieuwe woonconsulente van Mitros heb ik een goede en collegiale samenwer­kingsrelatie opgebouwd. Zij heeft meer inzicht in mijn werk en in werken met de presentie­benadering gekregen en ik in dat van haar.

o     Dit jaar hebben de vrijwilligers van de Opstandingskerk uit Zuilen onder coördinatie van Jeroen Ouwerkerk bij gezinnen weer praktische hulp bij het verhuizen geboden.

o     Ik schrijf reflectieverhalen over mijn werk en bespreek die met mijn collega's, met name in het Leefwereldteam, waarin we samen leren aan de verschillende praktijken. Met mijn collega's Hester en Evelyn bespreek ik in reguliere overlegmomenten mondeling het werk en op momenten dat ik het nodig heb, zoek ik ze per telefoon om even stoom af te blazen of te sparren over concrete inhoudelijke zaken die zich voordoen; moreel beraad in presentie­termen.

o     Er was samenwerking met Stichting de Waag rondom een buurtbewoner.

o     Ik heb samengewerkt met gespecialiseerde zorginstellingen voor psychische stoornissen.

o     Ik heb samengewerkt met verschillende medewerkers van Mitros waarin we wederzijds signalen doorgaven of omdat ik samen met buurtbewoners het gesprek zocht bij problemen op het gebied van wonen en samenleven.

o     Er was samenwerking rondom financiën met U-centraal, bewindvoering en de Gemeente Utrecht.

o     Er was overleg en samenwerking met Altrecht  en met Stichting Fundament.

o     Er was intensieve samenwerking met werkers van Stichting Me'kaar.

o     Er was overleg en samenwerking met werkers van Lister (voorheen SBWU) en met huisartsen.

o     Ik heb samengewerkt met de buurtteam Sociaal en Jeugd en Gezin Zuilen en Ondiep.

o     In verschillende gevallen is de Pech & Mazzelpot bijgesprongen met financiële steun.

o     Voor het Ludgerus Magazine, het parochieblad van de Ludgerusparochie verzorgden Titus en ik bij toerbeurt maandelijks een column.

B. GEUZENWIJK

Dit jaar hebben we binnen onze stichting nagedacht over waar ons werk zich naartoe zou moeten uitbreiden of ontwikkelen als de Queeckhovenbuurt afgerond was. Van zowel buurtbewoners die vanuit de Queeckhovenbuurt naar Geuzenwijk zijn verhuisd als van collega-werkers uit Noord West, bereikten mij signalen dat het in de Geuzenwijk 'niet goed' ging. Dat signaal hebben we verder onderzocht en verkend en met verschillende andere partijen (Stichting Me'kaar, Mitros, gemeente Utrecht) besproken. Zij deelden ons signaal en onze zorg en werden enthousiast over ons idee daar het werk voort te zetten.

Skanfonds kwam op ongeveer datzelfde moment met een programma, genaamd 'Opvoeden en opgroeien in armoede'. Dit programma is gericht op betere kansen voor kinderen tot en met 12 jaar uit gezinnen die in armoede leven. Dat bleek naadloos aan te sluiten bij onze werkwijze en bij wat wij voor ogen hadden in deze buurt. Wij hebben een aanvraag ingediend en ons initiatief is als één van de beste twintig geselecteerd en gehonoreerd, wat betekent dat wij gedurende drie jaar financiële en inhoudelijke ondersteuning van Skanfonds krijgen om ons project uit te voeren. In 2015 ben ik formeel gestart met werken in deze nieuwe buurt, daarover volgend jaar meer.

Voor de laatste drie maanden van 2014 vroeg Stichting Me'kaar of wij niet alvast een start konden maken met ons werk, omdat zij ook zagen dat er dringend contact moest worden gemaakt met kinderen en volwassenen in hun eigen leefwereld en het tot nu toe door verschillende partijen niet goed was gelukt.

Daarom ben ik vanaf oktober 6 uur per week aan de slag gegaan om alvast kwartier te maken in mijn nieuwe buurt. Opnieuw dompel ik me onder in de buurt, ben ik in exposure zoals dat heet in presentietermen, en probeer ik vanuit de leefwereld van kinderen en hun ouders een relatie met ze op te bouwen en daardoor te gaan begrijpen wat er speelt in hun leven en wie ik daarin voor hen kan zijn.

De eerste 3 maanden bestond mijn werk dan ook uit:

·         Verkenning: de systematische gebiedsverkenning van buiten naar binnen; dat is de fysieke kennismaking met de buurt

·         Kennismaking: zwervend over straat, het aanhoudend voeren van straat- en stoepgesprekken; dit is een eerste sociale kennismaking, met open agenda, op straat, in de leefomgeving, op uitnodiging.

·         Contactlegging: het aangaan van de eerste contacten, binnenkomen, koffie drinken in speeltuin de Watergeus of bij iemand thuis, met kleine of grotere praktische klusjes. Het werk verloopt dus volgens plan en ik kom nu langzamerhand en met een groeiend aantal kinderen en ouders toe aan:

·         Vertrouwen opbouwen: de professionele kracht kan vanuit de contactlegging praktisch tonen wie zij voor de buurtbewoners kennelijk is, naar wie zij klaarblijkelijk luistert, welke belangen zij dient, of zij blijft dan wel weer gaat, of haar interesse in het wel en wee van de bewoners oprecht is en in welke mate zij de stroman is van de intenties van anderen.

·         Relatievorming: op basis van het praktisch verworven vertrouwen dat overigens aanhoudend vernieuwd en in elk geval onderhouden moet worden ontstaat wat we in de presentietheorie noemen 'De Relatie'. Dat is ook de plek waar de buurtbewoner zich kan laten zien, laat aanspreken, kracht kan verwerven en zichzelf onder ogen kan komen. In deze relatie laat de werker zich eveneens zien en kan wederzijdsheid en wederkerigheid ontstaan, inclusief dus een idee van waaruit gewerkt kan worden (relationship based programming).

Door deze manier van werken, krijg ik langzaam maar zeker vanuit de leefwereld van de buurt­bewoners steeds meer zicht op de complexe persoonlijke situatie van een groeiend aantal gezinnen.

·         Concreet heeft dit er toe geleid, dat  2 moeders en 4 kinderen uit Geuzenwijk konden aansluiten bij het circusuitje tijdens de kerstvakantie, waar kinderen en ouders vanuit Queeckhoven meegingen. Dit werd gesubsidieerd door het Zoudenbalchfonds.

·         Heb deelgenomen aan de groep werkers die de jaarwisseling 2015 in Geuzenwijk rustig wilde laten verlopen. Dhr Wierckx van "Veelzijdig Veilig" heeft deze groep namens de gemeente bij elkaar gebracht en kwam op mijn spoor. Ik kon vanuit het perspectief van de buurtbewoners inbrengen wat er leefde en speelde in de buurt. Dat was een waardevolle aanvulling op het geheel, waardoor er bijgestuurd kon worden op communicatie en samenwerking met buurtbewoners.

·         Twee gezinnen die al in beeld waren bij mij, heb ik rond kerst een gift gegeven vanuit een fonds van de kerk. Ik was op de hoogte van hun financiële moeilijkheden en kon de druk rondom de feestdagen enigszins verlichten.

·         Ik heb kennis gemaakt en samengewerkt met andere werkers in de buurt: Sociaal Makelaars van Stichting Me'kaar, de wijkagent, werkers uit het buurtteam Jeugd en Gezin, jeugd­werkers van Stichting JoU en een onderwijzer van OBS de Cirkel, ten behoeve van een goede samenwerking en afstemming van het werk in de buurt.

·         Ik heb beginnende contacten opgebouwd met zo'n 15 kinderen tussen 0-12 jaar en met zo'n 8 volwassenen. Deze contacten moeten nog verder groeien naar relaties.

·         Ik heb 1 jongere en 1 volwassene gekoppeld aan het buurtteam. Deze koppeling is moei­zaam verlopen, omdat de bewoners zich moeilijk laten vinden en multi-problemen hebben. Daarom laat ik deze jongere en volwassene zelf dan ook nog niet los.

·         In een gezin heb ik meegedacht over scholen en vervolgstudies van de kinderen, waardoor de ouders weer mogelijkheden zagen voor nieuw overleg met de desbetreffende school en de jongere getriggerd werd na te denken over haar toekomst.

·         In een gesprek met de onderwijzer heb ik iets meer verteld over de persoonlijke thuissituatie van een leerling, waardoor er mogelijkheden ontstonden om de leerling een laptop vanuit school te verschaffen en zij thuis huiswerk kan maken.

 
 
*