• Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 3
Rivierenwijk Kanaleneiland

Titus Schlatmann

Dit deel van het jaarverslag is een bijdrage uit de praktijk van het werk in RivierenwijkKanaleneiland. In 2015 heeft het werk zich doorontwikkeld. Daarover informeer ik u in dit verslag.

Ik probeer bij te dragen aan de kwaliteit van leven in de wijk, vooral voor de mensen met het meest miskende verlangen en kwetsbaarste belang. Ik doe dit door middel van het aanbieden van mijzelf en mijn tijd en aandacht. Ik zet geen projecten op. Ik werk in principe niet aan de uitvoering van 'plannen', dus in die zin werk ik ook niet planmatig. Ik ervaar daarin een verschil met de meeste collega's en organisaties in het sociale veld. Ik probeer in betrekking te komen en te blijven met kwetsbare mensen. Dat vind ik enorm moeilijk. Als de betrekking lukt, blijkt daarin gaandeweg wat er toe doet voor die ander. Ik werk dus procesmatig.

Ik luister veel, ga in op verzoeken van buurtbewoners voor een praatje, voor een gesprek over een probleem of dilemma, voor hulp bij hun overleg met anderen. Ik heb ingevulde en oningevulde tijd, vaste momenten en 'scharreltijd' in de wandelgangen. Daarin word ik aangeklampt en ontstaat er contact. Ik voel mij soms een soort contactkunstenaar. Ingebed in de contacten met vele mensen, zijn gaandeweg 6 werksporen ontwikkeld en naar voren gekomen. Dit zijn de 6 werksporen van 2015:

  • ondersteuning bewoners-zelfbeheer buurthuis De Nieuwe Jutter;
  • empowerment in individueel contact en begeleidingen;
  • ondersteuning bewoners-zelfbeheer en participatie bij 3Generatiecentrum Kanaleneiland;
  • ondersteuning zelforganisatie van 'ervaringscoaches';
  • uitwisseling en overdracht met het oog op methodiek(ontwikkeling) stad breed.

Deze 'werksporen' stonden niet los van elkaar, maar vloeiden in de praktijk van het werk organisch in elkaar over. Er zat veel individueel contact in, maar ook veel groepswerk. Dat werd bepaald door de vraag van wijkbewoners. Zij vroegen mij dikwijls mee te doen met hun groepsbijeenkomsten. Daar ging ik op in, waar ik dacht dat dat zinvol was. Bewoners die vanuit 'eigen kracht' actief willen zijn in de wijk, vinden een groepsoverleg vaak spannend of moeilijk. Door mijn aanwezigheid en 'presente' begeleiding breng ik rust en vertrouwen, veiligheid en erkenning. Natuurlijk streef ik naar een situatie van zo min mogelijk begeleiding, maar te weinig of te korte begeleiding is een andere valkuil die ook groot is en treurig.

Ik merkte in het afgelopen jaar dat collega sociaal makelaars in de wijk maar zeer beperkt begeleiding mogen bieden aan bewonersgroepen. Terwijl er bij bewoners veel behoefte aan is. Ook bij de nieuwe buurtteams wordt volgens mij nauwelijks gewerkt met [bewoners-] groepen, misschien nog enkele 'cliëntgroepen'. Bewoners worden niet veel meer gezamenlijk bijeengebracht op basis van hun verlangen en belangen. Als ze willen, moeten mensen het maar zelf doen. In de praktijk komt het er dan vaak toch niet van. Of het stort snel weer ineen. Dit is een verlies voor de buurt- en wijkopbouw. Het lijkt mij ook kapitaal- en kennisverlies.

Het kwam daarentegen zeer regelmatig voor dat buurtteam medewerkers langskwamen met een cliënt. Dan belden ze me op voor een afspraak, want de cliënt zocht vrijwilligerswerk, dagbesteding, een beetje aansluiting bij de rest. Dat blijkt o zo belangrijk voor veel mensen. Dan valt het buurtteam terug op de buurt- en bewonersinitiatieven. En bellen ze mij omdat ik veel van die initiatieven ken en kan helpen met de juiste match tussen de 'cliënt' en actieve andere buurtbewoners. Dan fungeer ik als schakel ten behoeve van de sociale inweving van buurtbewoners die behoefte hebben aan aansluiting bij anderen.

Het kwam ook voor dat buurtteam-medewerkers zich afvroegen hoe het met hun cliënt is en dat ook aan mij vroegen. Regelmatig maakte ik een dergelijke 'cliënt' mee in zijn sociale omgeving: in een buurthuis, bij een buurtmaaltijd en dergelijke. Daar kreeg ik een beeld van zijn of haar situatie. Ook andere buurtbewoners konden soms iets vertellen over de desbetreffende persoon, beter dan de buurtteam-medewerker dat kon, omdat deze geen kennis had van de sociale omgeving en daar doorgaans niet in vertoeft. De observaties in de sociale omgeving werpen licht op hoe het met iemand gaat, maar het lijkt erop dat buurtteam-werkers die observaties doorgaans missen.

Het werk heeft me in 2015 veel gebracht: prachtige ontmoetingen en processen, leerzame worstelingen met wat ongerijmd was en bleef; liefde van de mensen. Meer dan ooit geloof ik nu in:

De bedding van liefdevolle aandacht, tijd en ruimte die mensen nodig hebben om in hun kracht te komen. Dat wil ik bieden in het werk, zo wil ik aanwezig zijn: als liefdevolle aandacht, tijd en ruimte.

de kracht van de onderlinge ontmoeting: wat mensen voor elkaar kunnen betekenen, aan belangenbehartiging, troost en bemoediging. Dit is waardevol als het ruimte krijgt, nu hier, dan daar; vaak ook terugkerend, in een groep. Dan kan de kracht en de waarde van een groep aan het licht komen. Ik zie het in de praktijk van het werk, in het verborgene, op microniveau. Het doet er enorm toe. En ook dat heeft bedding nodig: liefdevolle aandacht, geduld en ruimte. Ik probeer dat in mijn groepsbegeleidingen te geven.

Ondersteuning Buurthuis De Nieuwe Jutter in bewoners-zelfbeheer

Het is op dit spoor goed gegaan. Mensen bleken heel trouw in hun deelname en inzet, al was het geen gemakkelijk jaar voor hen. In de eerste helft was er veel interne spanning. Er was onduidelijkheid over een gedeelte van de financiën. Iemand is daarin niet transparant geweest. Dit is goed besproken in de centrale beheergroep. Wat dat opriep bij de diverse deelnemers konden zij met elkaar delen. Daarin voelde ik ook nieuwe verbondenheid. En er was draagkracht om overeind te blijven. Dat wil zeggen: taken worden nu door anderen gedaan, met inzet, liefde en zorg voor het pand. Mensen hebben er veel van geleerd.

Te midden van de dagelijkse dynamiek was ik in ieder geval altijd op woensdag enkele uren present. En verder op wisselende momenten daar waar mijn deelname bij overleg gevraagd of gewenst was. In mijn werkwijze waren relatiebeheer, trouw, continuïteit, oog voor de kwetsbaarsten en betrouwbaarheid belangrijke factoren (conform methodiek van de 'presentiebenadering').

In 2015 heb ik op deze locatie bijgedragen aan enkele 'ontwikkel'projecten:

  • het leerwerkbedrijf ('Terecht');.
  • de verdere groei van de dagopvang voor senioren in kwetsbare situaties: eenzaam, met
  • beginnende Alzheimer, belastend voor de mantelzorger(s);
  • het goede omgaan met jongeren die onverwachts binnenkomen;
  • het verhelderen en transparant maken van de verschillende geldstromen die in beheer zijn
  • van wijkbewoners.

Ik heb soms geholpen met het schrijven van brieven of rapportages. Samen met diverse verwijzende instanties zoals Lister, Stichting Exodus en o.a. de VanderHoeve-kliniek is gewerkt aan concrete vormen van sociale (re)activering van cliënten. Indirect was ons werk op dit spoor van betekenis voor zo'n 650 mensen per maand.

Empowerment in individueel contact en begeleidingen

Vanuit het werken in relatie met buurtbewoners vroegen sommigen van hen mij om meer individueel contact. Contact zoeken met een onbekend buurtteam was voor sommigen van hen een te moeilijke stap. Daarom had ik met een aantal bewoners welbewust intensiever contact. Ik sprak hen individueel, soms een paar keer achter elkaar, in een reeks van gesprekken. Ik probeerde zoals altijd af te gaan op iemands behoefte en belang. Sommigen waren nogal op zichzelf, hadden nauwelijks anderen om hun verhalen of gevoelens mee te delen.

Zij konden op momenten dat het van belang was niet terugvallen op mensen in hun directe omgeving en waren om die reden voor mij kwetsbaar te noemen. Mensen hadden soms contactstoornis of hechtingsproblemen of waren gewoon sociaal onzeker en onhandig. Degenen die dan toch nog durfden te komen naar sociale activiteiten en zichzelf daar als vrijwilliger durfden in te zetten voelden zich vaak kwetsbaar en hadden behoefte aan emotionele ondersteuning.

Anja Machielse - hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek - zei over de samenleving tijdens een lezing op 12 november 2015: 'sociale relaties met familieleden, vrienden en kennissen (mensen die je vertrouwt en waar je je veilig bij voelt) zijn belangrijke hulpbronnen in het dagelijkse leven'.

Zij zegt verder dat relaties en sociale verbondenheid een positief effect hebben op het welzijn van mensen en dat het werkt als een buffer waarop mensen kunnen terugvallen als het even iets minder gaat. Door de veranderingen in de samenleving moeten mensen meer doen om hun netwerk te onderhouden. Via onze werkwijze probeer ik dit verband te versterken en een gemeenschap te ontwikkelen, waar ook de meest kwetsbaren op terug kunnen vallen.

Ik zocht op vele manieren, meebewegend met het ritme en de locatie van bewoners, contact en ging het gesprek aan. Ik 'investeerde' in de hierboven beschreven doelgroep: het bezoekwerk aan mensen die in meer of mindere mate afwijkend zijn en buiten de (wijk)gemeenschap staan. Deze verloren lopende mensen blijken behoefte te hebben aan (levens-)begeleiding, troost en bemoediging. Ik heb gepoogd deze te geven. En tegelijk en altijd weer probeerde ik verbindingen te leggen. Zou ik deze mens op een creatieve manier in verbinding kunnen brengen met anderen? Zodat er verbondenheid en aandacht, liefde en zorg over en weer kon gaan stromen. Soms lukte dat, niet altijd. Op dit spoor was ik van betekenis voor zo'n 25-30 mensen.

Ondersteuning zelfbeheer bij 3GeneratieCentrum in Kanaleneiland

In 2015 heb ik ook in beperkte mate ondersteuning geboden aan wijkbewoners uit Kanaleneiland, betrokken bij het 3GeneratieCentrum aldaar. Het Centrum werkt volledig met vrijwilligers/sters. Verreweg de meesten zijn wijkbewoner, waardoor er directe, permanente lijntjes met de wijk zijn. Vanuit de gastvrouwen, verenigd in de 'bruggroep' en op de achtergrond ook ondersteund door het (vrijwillig) bestuur, coördineert men het rooster van activiteiten. Wat er plaats vindt is niet zozeer een aanbod van de bruggroep, als wel een activiteit die bewoners graag zelf starten, zoals de wijklunch, de koffieclub, het zangkoor, de creatieve clubs, de meisjesclub, enzovoorts. Allerlei culturen en verwante organisaties vinden plek in het 3GC.

In het overleg van de bruggroep wordt het reilen en zeilen van het alledaagse beheer met elkaar besproken. Ook hier ben ik afgegaan op hun vraag en behoefte. De klussenclub was erg belangrijk voor het centrum. Ik probeerde daarin een samenbindende rol te spelen. De wekelijkse wijklunch op maandag was hier ook van grote waarde, alsmede de intensievere samenwerking met VanHarteResto, en met 'Panoramix': het huiskamerproject van ervaringscoaches op Kanaleneiland.

Met betrekking tot dit wijkcentrum heb ik door de werkwijze faciliterend gewerkt voor ongeveer twintig verschillende activiteiten. Hier zetten ongeveer veertig vrijwillig(st)ers zich actief bij in; en er zijn wekelijks ongeveer 250 tot 300 deelnemers/bezoekers.

Ondersteuning zelforganisatie 'ervaringscoaches'

Op Kanaleneiland ben ik door enkele wijkbewoners gevraagd om te helpen bij het opzetten van een nieuwe stichting: een stichting in het belang van 'ervaringscoaches' van Doen & Laten. Om bedding te bieden en een deel subsidie te kanaliseren naar deze ervaringsdeskundigen toe. Het gaat hier om kwetsbare mensen die veel hebben meegemaakt: dakloosheid, verslaving, psychiatrie, enz. Ik tref ze aan in de wijk. Voor mij zijn het ergerlijke en toch ook enorm ontroerende mensen. Ze proberen hun ervaring ter beschikking te stellen aan anderen die minder gevorderd zijn in hun herstel en daar baat bij hebben. Als je dat kunt ben je 'ervaringscoach'. Daartoe moet je een startcursus volgen, dan krijg je na afloop een certificaat.

Spannend punt is dat niet iedereen erin slaagt om de eigen levenservaring om te zetten in kennis: niet iedereen haalt die reflectieslag. Dat vind ik alleszins begrijpelijk. Maar lastig is dat er dan toch weer deelnemers uit de boot dreigen te vallen: goede mensen voor wie de doelstelling van de ervaringsdeskundigheid waarschijnlijk te hoog gegrepen is. Wie voorkomt die pijnlijkheid? Kan dat eigenlijk wel? Dat is een belangrijk thema. Iedereen wil dat er een inclusieve gemeenschap ontstaat waar niemand uit hoeft af te vallen. Maar daar komt het 'gevaarlijke geld' tussendoor: want als je ervaringscoach wordt krijg je een vrijwilligersvergoeding en anders niet. Daar rekenen ze soms elkaar ook op af. Lastig. Geld helpt bij het overleven, maar is ook zo'n riskante factor. Het is een hele klus om de interne verhoudingen goed op te bouwen en onderling vertrouwen te laten groeien. Daar probeer ik een bijdrage aan te leveren. Indirect was ons werk op dit spoor van betekenis voor zo'n 40 deelnemers.

Uitwisseling en overdracht met het oog op methodiek(ontwikkeling)

In dit kader was ik in 2015 bezig met enkele relevante zaken:

Overdracht en uitwisseling van methodische kennis heeft naar collega's toe plaats gevonden op diverse wijze. In de alledaagse samenwerking met professionals van diverse instanties zoals o.a. Buurtteam, Lister, Indigo, Exodus, Social Makelaars, Bo-Ex en collega´s van particuliere initiatieven.

Op diverse momenten door het jaar heen begeleidde ik ook werkbezoeken van werkers die beroepshalve geïnteresseerd waren: studenten, collega's, raadsleden, journalisten.

Ik neem het voortouw in de interdisciplinaire 'verhalengroep' die wij hebben opgebouwd met enkele collega's. Zeven keer per jaar komen wij in deze studiegroep bij elkaar. Het betreft hier geen vergadering of streng overleg, maar een eerlijke, verfrissende en open uitwisseling op basis van werkervaringsverhalen.

Ik draag bij aan 'Dwarsverband': een empowerment-project van en voor burgers die kennis en ervaring willen delen op het vlak van zelfbeheer van wijklocaties .

Deelnemend aan de Interkerkelijke werkgroep etnische groeperingen Rivierenwijk heb ik samen met hen bijgedragen aan de Dag van de Dialoog en aan de Pinkstermaaltijd in de Nieuwe Jutter in 2015.

"Ik en Jij"
Echt werken gebeurt tussen ik en jij.
Je kunt niet zeggen: ik werk aan jou.
Je kunt niet zeggen: jij werkt aan mij.
Allebei tegelijk zijn waar,
want terwijl ik aan jou werk,
werk jij aan mij - ik verander door jou.
Maar mijn verandering laat jou
op jouw beurt niet onberoerd:
er groeit tussen ons een wederkerigheid,
gedragen door intense wisselwerking.
Er groeit een ruimte tussen ons
die van geen van beide is.
In die ruimte krijgt ons werken
zijn eigenlijke dieptewerking.
Kennen wordt steeds meer:
door jou gekend worden.
Zien wordt steeds meer:
door jou gezien worden.
En terwijl ik voel
dat ik er wezen mag in jouw ogen,
voel ik dat dat zelfde ook voor jou geldt.
Echt werken gebeurt tussen mij en jou,
tussen jou en mij - in wederkerigheid.

[op basis van "Ik en Jij" van Martin Buber]

 
 
*