• Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 3
EERSTE DAALSDIJKBUURT

door Monique de Bree

1. Introductie

Door mijn lange geschiedenis in de buurt, ken ik inmiddels veel mensen en zij mij. Vaak is het alleen van gezicht, een doei en hallo of een kort praatje. Hoeveel mensen dat zijn, is niet gemakkelijk te tellen. Vaak blijk ik bekender dan ik dacht. Ik ben makkelijk aanspreekbaar en is er een lage drempel om contact te maken. Wanneer er iets gebeurt op straat, er onrust is in de buurt of er iets in hun leven voorvalt, kunnen die contacten zich ineens verdiepen. Ze spreken me aan (al dan niet door anderen aangemoedigd), trekken me aan m'n mouw of ik hen. Zo leren we elkaar beter kennen. We trekken dan een tijdje regelmatig met elkaar op of juist intensief omdat er veel meer blijkt te spelen in hun levens. Van het ene incident vallen we in het volgende. Het probleem aan de oppervlakte blijkt een topje van de ijsberg. Ik zoek met ze de weg naar hulp of zorg die nodig is. Soms duurt het een tijdje voor mensen de drempel naar andere hulp of zorg over durven. Soms is er veel weerstand door eerdere ervaringen. Soms is er schaamte waardoor ze zich niet aan vreemden durven tonen. Dan kan het helpen dat ik wat praktische dingen samen met hen doe en ondertussen goed in gesprek blijf. Zeker als hulpverlening op zich laat wachten door wachtlijsten, of als er geen passende hulpverlening te vinden is.

Als ik kan doorverwijzen, doe ik het en blijf ik langszij. Om te volgen of de hulpverlening goed aansluit en afdoende is. Ook om naaste van ze te blijven. Iemand met wie ze kunnen praten, die meedenkt, bij wie ze kunnen uithuilen, met wie ze vieren kunnen wat lukt. Ook is de problematiek niet altijd zo groot of ingewikkeld dat er allerlei specifieke hulpverlening of zorg nodig is. Ze zoeken dan vooral iemand die helpt een weg door het leven te vinden en die kan leren hoe dingen moeten. Vaker nog zoeken ze een mens die hen ziet en naar hen omziet.

De groep intensieve relaties is qua leeftijd aan het verschuiven van voorheen jonge kinderen met hun ouders, naar pubers met hun ouders en jongvolwassenen die een zelfstandig leven aan het opbouwen zijn. Ik groei mee met ze, zou je kunnen zeggen.

Tijdens mijn re-integratie bleek dat het beter was voor mij om niet meer fulltime te werken. Ik werk nu 20 uur per week. Ik blijf me vooral richten op die wat oudere groep. Mijn nieuwe collega richt zich op de jongere kinderen met hun ouders en bouwt met hen(nieuwe) relaties op.

2 Aantallen en achtergronden van bezochte huishoudens in 2016

Tabel 1 Overzicht contacten met het buurtpastoraat

Aantal personen
Bereik 297
Regelmatig optrekken met buurtbewoners 61
Intensief optrekken met buurtbewoners 43

 

Tabel 2 Culturele achtergronden van de opgebouwde contacten

Aantal personen
Nederlands 72
Marokkaans-Nederlands 72
Turks-Nederlands 118
Andere achtergronden 35
Totaal 297

 

 

Tabel 3 Leeftijden opgebouwde contacten

Aantal personen

kinderen 0-12 jr.

52
Jongeren 13-18 jaar 41
Jongvolwassenen 19-25 jaar 33
volwassenen tot 65 jaar 152
Volwassenen 65+ 19
Totaal 297

 

 3. Thematieken en levensgebeurtenissen

In de intensieve en regelmatige relaties denk ik achteraf steeds vaker: eigenlijk help ik mensen vooral om wijs te worden uit zichzelf. Om in hun chaos, hun verwarring, de levenskeuzes, hun relaties, hun werk of hun botsen met instanties, hun verdriet of verlangen, te ontdekken wie ze zijn en wie ze willen zijn. Vertrouwensfiguur ben ik: iemand aan wie je je diepste worsteling kunt laten zien, je minder mooie kanten, je twijfel, zonder dat dat op straat komt te liggen; zonder dat je de maat wordt genomen of afgestraft wordt. Pastoraat op maat, noem ik het maar: aansluitend bij de leefwereld van de ander – of die nou gelooft of niet, Islamiet, Christen of Hindoe is. Mensen zijn op zoek naar een zinvol leven en naar een gemeenschap waarin ze opgenomen zijn. Beiden staan vaak op het spel.

De belangrijkste thema's die dit jaar aan de orde kwamen waren:

  • allerlei vragen en kwesties rondom onderwijs: van schoolkeuze tot financiën; problemen op school rond pesten en gepest worden (ook via sociale media); niet mee kunnen komen doordat er thuis van alles speelt; ontdekken dat een kind een laag IQ heeft of een stoornis waardoor het naar ander onderwijs moet: de keuzes die dan gemaakt moeten worden met de emoties die dat oproept; zakken/slagen voor je examen.
  • Spanning in de relatie met je ouders of in de relatie met je kinderen: puberen; niet begrijpen of niet begrepen worden; kinderen die een eigen weg willen gaan en botsen met de verwachtingen of cultuur van ouders; elkaar dreigen kwijt te raken en tegelijk verlangen naar elkaar.
  • Allerlei dingen rond verliefd worden, trouwen en samenleven, zwanger worden, scheiden. De spanning en de vreugde daaromheen; verwachtingen en teleurstellingen; de culturele druk die gevoeld wordt in spanning met het eigen verlangen; gevechten tussen scheidende ouders over de hoofden van kinderen en grootouders die in de klem komen.
  • Leren leven met je ziekte of van een ander en de zorgen en angsten die dat geeft; verdriet en rouw als mensen sterven en hoe leef je zelf verder? De grote druk die mantelzorg mensen geeft terwijl de formele zorg zich steeds meer terugtrekt. Mensen gaan daarin uit liefde ver over hun grenzen en trekken het eigenlijk niet. Dat heeft impact op hun leven, hun relaties.
  • Eenzaamheid. Vaak het gevolg van allerlei problematiek: psychisch, financieel, verslaving, ingewikkeld gedrag, teleurstelling, emotionele beschadigingen, mensen niet meer vertrouwen, schaamte.
  • Verwarring en verharding door maatschappelijke en politieke spanningen: aanslagen die gekoppeld worden met Islam – het roept angst op en de vraag: waar sta jij?; de ontwikkelingen in Turkije en hoe dat voelt in Nederland; de Zwarte-Piet-Discussie die mensen uit elkaar drijft; steeds dringender stellen de mensen (zich) de vraag: ben je een Nederlander en mag je dat nog zijn?; Je niet meer 'thuis' voelen en teleurstelling of verbittering daarover.
  • Armoede: pijn, schaamte, stress erover. Een situatie die bepalend is voor je leven en toekomst. Voor sommigen beklemmend en zonder uitweg. Anderen vinden een weg om ermee te leven – ook kinderen en jongeren.
  • Spanningen op of om het werk: door reorganisaties; al dan niet een vast contract krijgen; ziek zijn en daarbij grote druk voelen om te werken, terwijl dat niet gaat; fysiek of psychisch ziek worden van je werk; niet aan een baan kunnen komen en je steeds nuttelozer voelen.
  • Volwassen (willen) worden en wat je daar allemaal voor moet kunnen; wat er allemaal van je verwacht wordt. Trots zijn om wat lukt of diep in de put zitten omdat het almaar niet wil lukken.
  • Met anderen uit de buurt samen dingen willen ondernemen in de vakanties: met kleine groepjes koken of naar de film, of ook met de halve buurt in de zomervakantie naar een klimbos waardoor relaties onderling kunnen ontstaan of worden versterkt.
 
 
*