• Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 3
  • Algemene afbeelding 1
RIETVELDBUURT

 

door Elizabeth van Dis

1. Introductie

In de Rietveldbuurt in Hoograven is het afgelopen jaar veel gebeurd. Ruim 120 woningen zijn volledig opgeknapt waarbij de bewoners tijdelijk hun woning moesten verlaten. Hoewel veel bewoners hier erg blij mee waren, had het toch veel impact op hun dagelijks leven. Zeker voor mense, die al het nodige op hun bord hebben liggen, was het pittig om al hun spullen in te pakken en op te slaan, om vervolgens drie weken in een logeerwoning te bivakkeren. In samenwerking met woningbouwcoöperatie Bo-Ex heb ik voor korte of langere tijd ondersteuning geboden aan buurtbewoners die hier behoefte aan hadden. Vaak begon dit met ondersteuning rond het groot onderhoud, maar met verschillende bewoners ben ik langer opgetrokken ook nadat zij weer in hun woning waren teruggekeerd. Naarmate we elkaar beter leerden kennen, werden bewoners opener over wat er zoal speelde in hun leven. Ik was beschikbaar voor bewoners en onderzocht of ik iets voor hen kon betekenen. In dit jaarverslag neem ik u graag mee naar de Rietveldbuurt om u een indruk te geven van mijn werk. Aan de linkerzijde wordt de feitelijke informatie weergegeven over mijn werk.

2 Aantallen en achtergronden van de bezochte buurtbewoners in 2016

De Rietveldbuurt bestaat uit zeven straten met 388 adressen. Naast dat ik contacten heb onderhouden met bewoners die ik in 2015 heb ontmoet, heb ik op 112 adressen mijzelf voorgesteld voorafgaand aan het grootonderhoud aan de woningen. Daarbij heb ik ook mensen op straat leren kennen en merkte ik dat ik dit jaar vaker via het informele netwerk met nieuwe bewoners in contact kwam. In sommige gevallen werd ik ook door Bo-Ex, medewerkers van het bouwteam of andere hulpverleners doorverwezen naar bepaalde bewoners. Onderstaande tabel geeft weer met hoeveel bewoners ik in welke mate contact heb gehad. Onder bereik wordt een schatting van het aantal personen genoemd met wie ik in geringe mate contact heb gehad. Daaronder wordt het aantal personen genoemd met wie ik een periode geregeld contact heb gehad en ondersteuning bood. Er is ook een groep met wie ik (een periode) intensief optrok. Hiermee bedoel ik dat de problemen meervoudig en complex waren, waarbij mijn betrokkenheid om verschillende redenen urgent was. Vaak vroegen deze contacten om een extra tijdsinvestering.

 

Tabel 1 Overzicht contacten met het buurtpastoraat

Aantal personen
Bereik 150-170
Regelmatig optrekken met buurtbewoners 84
Intensief optrekken met buurtbewoners 8

 

Tabel 2 Culturele achtergronden van de opgebouwde contacten

Aantal personen
Nederlands 22
Marokkans-Nederlands 39
Turks-Nederlands 6
Andere achtergronden 25
Totaal 92

 

Tabel 3 Leeftijden opgebouwde contacten

Aantal personen

Kinderen 0-12 jaar 17
Jongeren 12-18 jaar 6
Jongvolwassen 19-25 jaar 4
Volwassenen tot 65 jaar 47
Volwassenen 65+ 18
Totaal 92

 De kinderen en jongeren met wie ik optrok, trof ik meestal in gezinsverband, waarbij ik zowel met hen als met hun ouder(s) contact had. In twee gevallen be ik als maatje opgetrokken met een tiener en een basisschoolleerling, die ik steunde met hun schoolwerk, sociale vaardigheden en andere zaken die voor hen van belang waren.

3. Levensgebeurtenissen en thema's uit de werkpraktijk

Het was bijzonder om in 2016 de Rietveldbuurt beter te leren kennen en meer zicht te krijgen op wie er in de buurt wonen en wat er zoal speelt in de levens van buurtbewoners. Ik heb bestaande contacten kunnen verdiepen en veel andere bewoners leren kennen. Een rode draad in alle contacten met buurtbewoners was dat ik naast hen wilde staan. Want juist in een positie naast de buurtbewoner, kon ik hun perspectief beter begrijpen en ontdekken wat er voor de ander op het spel staat. Ontmoetingen met buurtbewoners vonden plaats bij hen thuis, op straat, in het Bo-Ex kantoor in de buurt, of in de speeltuin. Soms op de bank met een bak koffie, maar ook tijdens een maaltijd, de afwas of een wandeling. Het afgelopen jaar nam mijn werk verschillende vormen aan aansluitend bij de wensen van de buurbewoners die een beroep op mij deden. Zo had ik:

  • Gesprekken over het dagelijks leven: Bijvoorbeeld over de buurt, de bouw, opvoeding, werk, familieleden, financiën, gezondheid, of het nieuws.
  • Gesprekken over zingeving en levensvragen: Bijvoorbeeld over schuldgevoelens, angsten, trots en schaamte, rouw en verlies, sociale vaardigheden, en identiteitsvragen.
  • Gesprekken over trauma's uit het verleden: Gesprekken over herinneringen uit het verleden die vaak ook opgeroepen werden tijdens het grootonderhoud aan de woningen.
  • Bijstand in crisissituaties: Bijvoorbeeld in conflicten, rondom jeugdhulpverlening, verslavingen en financiële problemen.
  • Meeleven met belangrijke levensgebeurtenissen: Zoals verjaardagen, examens en studiekeuzes, zwangerschap en geboortes, verhuizingen, nieuwe banen, nieuwe relaties, gezinshereniging, ziektes, sterfgevallen in familie en vriendenkring, scheidingen, rechtszaken en werkloosheid.
  • Praktische hulp: Bijvoorbeeld hulp bij het invullen van formulieren, hulp bij de Nederlandse taal, samen in- en uitpakken rondom het grootonderhoud, of samen boodschappen doen.
  • Ondersteuning van buurtbewoners in gesprekken met derden: meegaan met bewoners naar gesprekken met instanties/ scholen of andere hulpverleners om hen te steunen en het perspectief van de buurtbewoner te verduidelijken.
  • Optrekken als maatje met kinderen en tieners uit de buurt: bijvoorbeeld door activiteiten met hen te ondernemen, te praten over school en studiekeuzes, hulp bij het vinden van stageplekken, huiswerkbegeleiding en gesprekken over wat hen verder bezighoudt.

Vrijwel alle bewoners heb ik leren kennen rond het grootonderhoud aan hun woning. Verschillende bewoners bij wie ik langszij kwam voorafgaand of tijdens het grootonderhoud, lieten blijken dat ze op zagen tegen het inpakken van hun spullen en tegen het tijdelijk verblijf in een logeerwoning. Hierbij vielen twee dingen op: Ten eerste merkte ik dat in het proces van inpakken en verhuizen traumatische gebeurtenissen uit het verleden weer boven kwamen. In gesprekken deelden bewoners herinneringen aan gebeurtenissen die zij in hun huis of buurt hadden meegemaakt, of ze vertelden vanuit welke situatie ze in hun woning terecht waren gekomen. Soms waren dit vreugdevolle herinneringen, maar vaak ook herinneringen aan pijn en verlies. In gesprekken met deze bewoners kwamen afgelopen jaar de volgende

herinneringen ter sprake die veel impact hebben gehad:

  • Dak-thuisloos: 9 mensen deelden dat zij een periode in hun leven gezworven hadden en vertelden wat de impact hiervan op hun leven was.
  • Blijf-van-mijn-lijf-huis: 5 mensen vertelden hoe zij wegens huiselijk geweld (met hun kinderen) naar een opvanglocatie waren gevlucht.
  • Trauma's van vluchtelingen: 5 bewoners deelden hoe zij uit een oorlogsgebied/ politiek onveilige situatie waren gevlucht en in Nederland terecht waren gekomen.
  • Uithuisplaatsingen van kinderen: 2 bewoners vertelden hoe hun kinderen in het verleden door Jeugdzorg uit huis geplaatst werden.
  • Detentie: 4 bewoners vertelden over een periode in hun leven waarbij zij in detentie zaten.
  • Misbruik/ mishandeling: 7 bewoners vertelden hoe zij (als kind) mishandelt of seksueel misbruikt werden.

In de ontmoetingen met buurtbewoners wilde ik hen de ruimte geven om op verhaal te komen. In de eerste plaats bood ik hen een luisterend oor en naargelang er behoefte aan was, ging ik dieper op hun verhaal in, om samen op zoek te gaan naar lijnen in het leven van iemand. Ik vond het opvallend dat het grootonderhoud aan de woningen dit soort herinneringen triggerden en iets van hun verborgen leed naar boven riep. Zo merkte ik dat er bij het opruimen en inpakken van oude spullen, ook 'oude zielenpijn' boven kwam. Door hier aandacht voor te hebben en over door te praten, werd er naast het letterlijk opruimen ook figuurlijk opgeruimd in het hoofd en hart. Ik probeerde hier bewust ruimte voor te scheppen door samen met bewoners in te pakken of op te ruimen en in gesprek te gaan over hetgeen er boven kwam.

Ten tweede merkte ik dat het grootonderhoud extra ingewikkeld was voor bewoners bij wie al het nodige speelde in hun leven. Verschillende bewoners deelden iets van hun dagelijkse problemen die hen soms zo in beslag namen dat zij er niets extra's bij konden hebben. In 2016 ging dat bijvoorbeeld om:

  • Psychiatrische problematieken: 9 bewoners gaven aan psychische problemen te hebben, waarbij zij onder behandeling zijn bij een GGZ-instellingen en/of medicatie gebruiken.
  • Verslavingsproblemen: 5 bewoners kampen met een drank, medicatie of drugsverslaving.
  • Schuldhulpverleningstrajecten: 11 huishoudens hebben financiële problemen en te maken met schuldproblematiek.
  • Jeugdhulpverlening van Save: bij 2 gezinnen liepen onderzoeken van Save naar de veiligheid van de kinderen in het desbetreffende huishouden.
  • Relationele problemen: 6 mensen gaven aan te leven met ernstige conflicten met hun (ex-)partner of andere familieleden.

Deze aantallen duiden op bewoners die dit in 2016 met mij deelden. Daarnaast heb ik in 2016 ook contact gehad met zo'n 10 huishoudens die ik in 2015 heb leren kennen en waar bovengenoemde problematieken ook spelen.

In al deze situaties was ik de buurtbewoners nabij als zij hier behoefte aan hadden. Ook afgelopen jaar ging dit soms om zeer uitzichtloze situaties waarbij ook ik me machteloos kon voelen. Het was een uitdaging om steeds naast de buurtbewoner te blijven situaties van rouw, depressies of verslavingen. Ik merkte namelijk dat ik soms de neiging had om vooral veel te gaan regelen in de hoop zo dingen op te lossen omdat ik het moeilijk kon verkroppen als ik sommige mensen steeds verder af zag glijden. Maar juist door dingen te willen gaan regelen, liep ik vooruit op het tempo en proces van de buurtbewoner. Reflecties en gesprekken met collega's hielpen mij er steeds weer bij om voor de positie naast de buurtbewoner te kiezen en nabij te blijven en het samen uit te houden in pijn en moeite. Pas als een buurtbewoner eraan toe was, konden we samen zoeken naar de juiste hulpverlening of oplossingen die pasten bij de buurtbewoner. Ik heb ervaren dat ik door er te zijn, mee te leven en een luisterend oor te bieden van betekenis kon zijn voor de buurtbewoner. Dit ging vaak in kleine stapjes met vallen en opstaan. Door steeds te kiezen voor de positie naast de buurtbewoner ook in uitzichtloze situaties kreeg ik zicht op het onvermogen van mensen en de drempels waar zij tegenaan liepen. Buurtbewoners gaven terug dat zij het waardeerden dat ik betrokken bleef, ook als zij moeilijke situaties verkeerden en zij het gevoel hadden dat er niemand meer was die zag wat zij doormaakten. Bij anderen merkte ik dat zij opener werden naarmate onze vertrouwensband groeiden. Hierdoor lukte het soms om de problematiek eerlijk onder ogen te komen en samen stappen in de goede richting te zetten.

Ik kijk terug op een bijzonder en bewogen jaar. Het was mooi om te merken dat ik in dit tweede jaar de buurt beter heb leren kennen en contacten kon leggen of verdiepen. Hoewel het soms ook intensief en uitzichtloos was, ben ik dankbaar dat ik steeds weer de kracht en inspiratie heb gekregen om nabij te zijn in de levens van mensen in de Rietveldbuurt.

 
 
*