• Algemene afbeelding 3
  • Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 1
OVERDACHT EN SAMENWERKING

 

1. Stichting Presentie

Onze samenwerking met de Stichting Presentie is belangrijk. Wij zorgen dat we zelf bijgeschoold blijven en nemen daartoe deel aan studieochtenden (Jan, Elizabeth, Heleen en Monique) en kaderbijeenkomsten voor gecertificeerden (Monique en Heleen). Rutger heeft dit jaar de introductiecursus van de theorie in de presentie gevolgd en afgerond. Tegelijk stellen we onze kennis en ervaring beschikbaar om een bijdrage te leveren aan scholingstrajecten van de Stichting Presentie, met name rondom exposure; Heleen en Elizabeth participeerden als praktijkdocent tweemaal in de introductiecursus en Monique in de vervolgcursus.

2. Leefwereldteam

Met het leefwereldteam, dat van start is gegaan in augustus 2013, geven we met stichting Presentie, Stichting Buurtpastoraat Utrecht en Stichting Me'kaar vorm aan de ambitie van de gemeente in het kader van het vernieuwend welzijn om de meest kwetsbare groep burgers te bereiken en hen tot steun te zijn, gebaseerd en voortbouwend op reeds bestaand presentiewerk in achterstandswijken. Dit doen wij in een context van een sterk wijzigend werkveld en veranderende wetten en politieke opvattingen. In 2016 is gewerkt conform het werkplan. Elke vier weken is het leefwereldteam bijeengekomen, waarvan twee bijeenkomsten in het afgelopen jaar gebruikt zijn om te verdiepen op kennis van de presentiebenadering en het toepassen daarvan in de praktijk. Uitgangspunt voor de bijeenkomsten vormen de logboeken die door de deelnemers geschreven worden, over de realiteit van hun werk gaan, waarover ze zoekend zijn en die we op een lerende manier met elkaar onderzoeken. In het leefwereldteam kiezen we ervoor 'dicht op de huid' te kruipen. We willen leren van wat er aan casussen op tafel ligt, dat betekent dat de situatie uit de casus op tafel ligt, maar dat bovenal de keuzes, gedachten, overwegingen van de werker bevraagd en onderzocht worden. Dat is een kwetsbare positie die om een veilige leeromgeving vraagt.
Het afgelopen jaar zijn de deelnemers die vanuit de Buurtteam Sociaal betrokken waren, gestopt, omdat zij aangaven te druk te zijn. Ook de werker vanuit Stichting JoU heeft een andere taakinvulling gekregen en moest helaas stoppen. De werker vanuit Buurtteam Jeugd en Gezin bleef betrokken en maakt haar collega's enthousiast. Vanuit Me' kaar blijft de interesse groeien en meer Sociaal Mkakelaars uit de betrokken buurten sluiten aan. Speeltuin de Duizenpoot (eerste Daalse Dijkbuurt) en speeltuin de Watergeus (Geuzenwijk) zitten in een veranderingstraject en willen (nog) meer gaan werken vanuit de presentiebenadering. Dit jaar hebben we de bijeenkomsten van het leefwereldteam ook gebruikt om dat inhoudelijk met elkaar te doordenken. Heleen en Monique hebben vanuit de Stichting Buurtpastoraat in het leefwereldteam, conform plan, vanuit hun jarenlange ervaring de rol van voordoen in de praktijk vervuld. Stichting Presentie faciliteert het leren inhoudelijk. Dit jaar is er financiering gevonden voor het onderzoek dat Stichting Presentie aan het leefwereldteam heeft gekoppeld om de rol van de professional die op deze manier werkt, beter in beeld te krijgen. In 2017 worden daar de eerste resultaten van verwacht.

Inzichten die ons verder kunnen helpen

De ervaringen van het afgelopen jaar leren ons:

  • dat professionals (en daarmee buurtbewoners) gebaat zijn bij het keer op keer stilstaan bij de finalisatievraag in hun werk: waar gaat het hier uiteindelijk om? Goede, inhoudelijke begeleiding blijkt behulpzaam om koers te vinden en te behouden;
  • dat werken in en vanuit de leefwereld van buurtbewoners leidt tot inzichten en handelingsperspectieven die vanuit een buitenpositie niet bereikt worden;
  • dat Sociaal Makelaars een belangrijke brugfunctie vervullen tussen (de meest kwetsbare) buurtbewoners en hulp en dat deze functie van grote betekenis is als deze relationeel wordt vervuld;
  • dat sociale professionals een belangrijke gewetensfunctie (dienen te) vervullen als moreel kompas, om in buurten te begrijpen wat wel en wat niet bijdraagt aan goed samenleven, ook, of juist, voor de meest kwetsbare mensen in de samenleving;
  • dat zorgvuldig en langdurig opgebouwde veiligheid en 'thuisgevoel' in speeltuinen kwetsbaar zijn en gemakkelijk onder spanning komen te staan als voorzieningen 'door de buurt' worden overgenomen; een gegeven waarvan men zich in de discussie over inzet van vrijwilligers en deprofessionalisering rekenschap zou moeten geven;
  • dat de spanning tussen politieke druk en de werkelijkheid van alledag alom aanwezig is en het verdient om gethematiseerd en bekritiseerd te worden op alle niveaus, om de ruimte te behouden voor daadwerkelijke vernieuwing en ideologie te bestrijden.
  • dat ruimte om in lerende verbanden te kunnen blijven ontwikkelen in het (nieuwe) sociale domein (dwars door organisaties heen) van belang is om ook de komende tijd kritisch met elkaar te kunnen nadenken over de benodigde en passende bijdrage van professionals en vrijwilligers in dit domein.

3. TrainingsCentrum Kor Schippers (TCKS)

Titus maakte deel uit van het team trainers/begeleiders van het TCKS. Hier wordt deskundigheid verzameld rond diverse vormen van 'ingebedde presentie' in de wijk. De teamleden kennen uit eigen ervaring de uitdagingen waar werkers, bestuurders en vrijwilligers tegenaan lopen. Titus gaf op diverse werkplekken elders in het land begeleiding aan collega's die samen met vrijwilligers in een vorm van zelfbeheer een buurthuis probeerden te runnen en aan hun bestuur. Daarnaast gaf hij begeleide intervisie aan coördinatoren van wijkcentra en inloophuizen.

4. De 'verhalengroep' als leerplek

Deze groep is een vorm van deskundigheidsbevordering waarbij buurtpastor Titus Schlatmann collega's in de buurt uitnodigt bijeen te komen ten behoeve van kennisversterking in de eerste lijn. Vanuit de ervaringsverhalen die concreet ingebracht worden door iedere werker ontstaan er spiegelmomenten en komen er inspirerende voorbeelden aan de orde. Dit draagt bij aan de inhoudelijke verdieping van ieders werk. Het gaat hier om een interdisciplinaire studiegroep: een groep waarbij collega's uit het eerstelijns-wijkwerk met elkaar werkervaringen uitwisselen door middel van praktijkverhalen. Door de feedback en de werking van de groep ontstaat een kwaliteits-impuls voor het eerstelijnswerk. De werkers vergroten hun 'presentie-gehalte' en hun arbeidsvreugde.

5. Overdracht en samenwerking Religieuzen en Parochies

Ontmoetingen met de religieuzen

In 2016 hadden wij twee ontmoetingen met de religieuzen uit verschillende ordes en congregaties. We zijn erg blij dat de religieuzen ons werk ondersteunen en voelen ons zeer met hen verbonden. Tijdens de bijeenkomsten die we dit jaar hebben gehad was er ruimte voor ontmoeting, bezinning en reflectie. Op de eerste bijeenkomst zijn we ingaan op het feit dat we graag willen aansluiten bij de buurtbewoners en dat zij 'de agenda' mogen bepalen. We stonden stil bij de volgende vragen: Wie of wat heeft er eigenlijk invloed op de agenda van de pastor/werker en welke dilemma's komen hierbij kijken? Wat vraagt dit van de pastor en van de manier van werken? We deden dit aan de hand van een casus uit de werkpraktijk van Elizabeth. In kleine groepjes zijn we uiteengegaan om de casus en gesprekvragen te bespreken, waarna we onze bevindingen plenair deelden. Hieruit kwam naar voren dat we niet 'zonder agenda' werken maar met een 'open agenda' aansluitend bij de relaties met de buurtbewoners. Door het werken met een open agenda, is er een mogelijkheid om langdurige betrekkingen aan te gaan. In het gesprek kwamen ook thema's als intimiteit en man-vrouw verhoudingen ter sprake. We besloten dat we hier graag dieper op door wilden gaan en hebben daarom de tweede bijeenkomst hieraan gewijd.

Voor deze bijeenkomst hadden we drie casussen van verschillende pastores waar deze thema's in terug kwamen. Uit de gesprekken met de religieuzen bleek dat er in hun tijd weinig aandacht was voor man-vrouwverhoudingen, intimiteit en lichamelijk contact en dat hier niet over gesproken werd. Door misbruikschandalen is dat tegenwoordig wel anders. We bemerken dat er soms krampachtig omgegaan wordt met intimiteit en lichamelijk contact en dat allerlei regels en protocollen ingezet worden om misbruik te voorkomen. In ons werk merken we soms dat intimiteit en fysiek contact van belang kunnen zijn in de pastorale relaties die we met buurtbewoners hebben. Soms hebben mensen een schouder nodig om op uit te huilen. Het is hierbij zeer belangrijk om voortdurend te reflecteren op fysiek contact en andere vormen van intimiteit. We moeten ons steeds afvragen wat het doel is van intimiteit en of dit past bij onze professionele positie. Juist omdat wij werken vanuit de relatie en transparant willen zijn, is het ook van belang dat we dit thema bespreekbaar maken met betrokkenen. We kiezen er daarom voor om niet strikt een protocol te volgen maar in elke situatie waarin dit voorkomt het gesprek aan te gaan met een collega en de betrokken buurtbewoner. Door specifieke casussen voor te leggen en elkaar hierop te bevragen wordt helder of fysiek contact of andere vormen van intimiteit bijdragen aan de professionele relatie en waar hierbij grenzen liggen.

Diaconale werkers, Parochies en de Pech en Mazzel-pot Commissie

Afgelopen jaar hebben we drie keer een ontmoeting gehad met parochiepastores die zich richten op diaconie. We spraken over signalen van de verborgen noden en problemen waar buurtbewoners mee kampen. We deelden hoe we bewoners kunnen bijstaan en hoe we hierin samen kunnen werken als dat gewenst is. Naast deze overleggen hebben we in drie kerkdiensten een korte presentatie gehouden over ons werk en een flyer uitgedeeld. Ook hebben we net als andere jaren columns over ons werk aangeleverd voor het parochieblad van de Ludgerus Parochie.

Daarnaast hebben we ook samen gewerkt met de parochies en de Katholieke Caritas Utrecht (KCU) ten behoeve van buurtbewoners met financiële nood. Net als voorgaande jaren merkten we dat kwetsbare buurtbewoners in de knel kwamen tussen wet- en regelgeving en daardoor buiten hun schuld om in financiële problemen raakten. We zagen soms dat er door bezuinigingen eigen bijdragen van bewoners worden gevraagd die voor hen onbetaalbaar zijn. In 2016 zijn we vier keer uitgenodigd door de Pech en Mazzelpot Commissie. In deze commissie die onder de KCU valt, bespraken we financiële aanvragen van buurtbewoners die om verschillende redenen in de knel kwamen te zitten. Meestal ging dit om relatief kleine bedragen die vaak niet elders konden worden aangevraagd. Bijvoorbeeld in situaties van acute nood of het ontbreken van de tijd om een gecompliceerde aanvraag elders te doen. Soms heeft de commissie ook leningen verstrekt, zodat er ruimte ontstond om op aanvragen van de gemeente te wachten of om schulden met oplopende rentes elders over te nemen. Voor grotere bedragen hebben we dit jaar een aantal maal succesvol een beroep gedaan op de verschillende Parochiële Caritas Instellingen (PCI) in de stad. We waarderen het zeer om met hen samen te werken. Tot slot hebben buurtbewoners in Zuilen ook financiële steun gekregen van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in die wijk. Het was goed om op deze wijze samen te werken ten behoeve van de buurtbewoners.

 
 
*