• Algemene afbeelding 2
  • Algemene afbeelding 1
  • Algemene afbeelding 3
Rivierenwijk/Kanaleneiland

door Titus Schlatmann

In het afgelopen jaar heeft mijn werk bestaan uit relationeel werken met wijkbewoners. Dat wil zeggen: het aangaan van verbinding met mensen, tijd en aandacht bieden, ontvankelijk en open zijn en vandaar uit zorgzaam en ondersteunend zijn. Ik begaf mij in de informele netwerken in de buurt, zonder loket of kantoor. Ik liep rond op straat, ik kwam bij mensen thuis en ik sloot aan bij bewonersactiviteiten. Ik probeerde oningevulde tijd te hebben, waarin ik rondliep in de wandelgangen, bij de deur waar sigaretten gerookt werden, bij de fiets. Ik hoorde daar veel over alledaagse vreugdes en alledaagse worstelingen van buurtbewoners. Ik voelde me vaak een professionele vriend. De contacten waren soms eenmalig en kortstondig, maar meestal terugkerend en langer lopend. Maar daardoor ook met meer resultaat. Om dat er meer vertrouwen kon groeien en meer kennis ontstond bij mij over de leefwereld en beleving van de mensen waarmee ik optrok. Er was veel aan de hand in de levens van de mensen die ik sprak: langdurige financiële krapte, stress, eenzaamheid, overgewicht, ruzie, spanning, terugval in verslaving, lichamelijke aftakeling.

Ik ervoer daarin een verschil met de meeste collega's en organisaties in het sociale veld. Ik ontdekte dat er niet veel collega's op een vergelijkbare wijze als bij mij toekwamen aan werken op dit buurtniveau en aan investeren in informele netwerken van de bewoners. Terwijl daar, in het alledaagse, op buurtniveau, de kansen lagen dat mensen er voor elkaar zijn, dat zij onderlinge steun en bemoediging geven, een arm om je heen, een luisterend oor, een ander om mee te lachen of mee te huilen, mee te eten, iets mee te organiseren of samen een dagje mee uit te gaan. Om dit te laten groeien, heb ik het afgelopen jaar gewerkt aan onderlinge ontmoetingen tussen wijkbewoners, in het bijzonder bij mensen met weinig kwaliteit van leven. Ik heb mensen op een losse, alledaagse manier laten kennismaken met elkaar. En vervolgens stimuleerde ik terugkerende ontmoeting, opdat mensen verbinding en vriendschap met elkaar gingen opbouwen. Dat kan nogal helpen, als je problemen hebt in het leven, of als het gewoon allemaal even heel moeilijk is.

Ik heb geprobeerd te functioneren als een 'communicatieve ruimte'. Daarmee bedoel ik: dat mijn aanwezigheid de mogelijkheid bood aan buurtbewoners om in een veilige ruimte van tijd en aandacht te verschijnen, zich te uiten, zich te hernemen, zich te herpakken. Zonder dat daar meteen een oordeel over geveld werd. Ik vermoed dat hen dat geholpen heeft in hun strijd om behoud van hun waardigheid en geluk. Ik probeerde overal waar ik verscheen beschikbaar te zijn als communicatieve ruimte. Dat mensen konden vertellen wat zij wilden. Dat ze konden mopperen, klagen, twijfelen, sparren en spiegelen, triomferen en stralen. Dat lucht op, maakt mensen lichter en milder.

Dit gebeurde ook in veel groepen waarmee ik werkte. Ik initieerde zelf geen projecten, maar probeerde initiatieven van wijkbewoners te versterken. Ik ondersteunde - waar dat gewenst was - bijeenkomsten van bewoners. Ik was ook in 2017 op diverse locaties begeleidend betrokken bij eigen initiatieven van bewoners, waaronder vormen van zelfbeheer. De kunst was om voldoende, en tegelijk ook zo min mogelijk, aanwezig te zijn. Om te zoeken naar maximale zelfstandigheid. Ik probeerde onzichtbaar te werken en mezelf overbodig te maken, maar zonder mensen aan hun lot over te laten. Het doet er toe om als werker veiligheid en continuïteit te kunnen bieden, zonder de groep afhankelijk van je te houden.

Het verlangen om iets te betekenen, voor jezelf, voor elkaar, voor anderen: dat kwam ik vaak tegen bij wijkbewoners. Mijn indruk is dat bewoners er graag voor elkaar wilden zijn en zich enorm aan elkaar optrokken. Een groep bood de kans om te verschijnen in vreugde en verdriet; dat werkte helend. Het was echter niet vanzelfsprekend dat het goed ging, dat was het nooit. Er was voortdurend een proces van vallen en opstaan. Daarom was het waardevol om mensen daarin terzijde te staan, en dat vroegen ze mij ook om te doen.

Ik zag dat bewonersinitiatieven creativiteit en verantwoordelijkheidsgevoel genereren. Het leverde bovendien een gevoel van zinvolheid op, en een vorm van herstel voor mensen die in een herstelproces zaten. Het hielp daarbij, als deelnemers in de groep ook de communicatieve ruimte ervoeren om te zeggen wat zij wilden zeggen. Echte zeggenschap in de praktijk. Daardoor raakten mensen meer op elkaar betrokken, en werd de groep meer een groep. Ik merkte dat mensen baat hadden bij onderling overleg, waarbij er sprake kon zijn van collectief eigenaarschap van het overleg. Ook dat probeerde ik als 'veilige ruimte' te bewaken. Het ging mij niet zozeer om snelheid, efficiëntie, besluitvaardigheid of daadkrachtigheid, maar veel meer om een soort proces-kwaliteit, dat ieder zich gezien en gehoord wist, dat ieder de ervaring had dat het uitmaakte dat je er was, dat je er toe deed, volwaardig en gelijkwaardig.

Ik zag in het afgelopen jaar hoe waardevol het was wanneer mensen konden aansluiten bij een plek in de buurt: een locatie waar je mee kunt doen, mee mag doen. In meerdere buurthuizen of wijkcentra stimuleerde ik hetgeen in het jargon verstaan wordt onder 'dagbesteding' en '(re)activering'. Het ging vaak om bewoners die hun leven na een ontsporing weer op de rails wilden zetten. Ze komen gewoon uit de wijk en soms ook vanuit een situatie van begeleid wonen, via Stichting Exodus, via penitentiaire inrichtingen, vanuit de psychiatrie. Het ging vaak om mensen met meervoudige problematiek, maar dat was helemaal niet de focus en de insteek waarmee ik werkte. Als het lukte om de relatie goed te leggen, vriendschap op te bouwen, met mij en vooral ook met anderen die er al waren, kwamen deze nieuwe deelnemers in hun element en leerden zij gaandeweg talloze vaardigheden. Hoe eten klaar te maken, hoe gastvrij te zijn, hoe te overleggen, hoe afspraken te maken, hoe om te gaan met spanning en conflicten, hoe om te gaan met alle onderlinge verschillen en een middenweg te zoeken, hoe door te zetten ook als dingen niet altijd perfect gaan. Door dit te stimuleren trachtte ik te werken aan nieuwe kadervorming in de wijken. De mensen waren en zijn daarin deel van de oplossing van hun eigen problemen en coproducent van de activiteiten. In de ruimte van vriendschap, veiligheid en vertrouwen durfden mensen te verschijnen en zichzelf te ontwikkelen. Het belang van een laagdrempelige plek in de wijk waar dit plaats kan vinden is niet te overschatten.

Het kwam regelmatig voor dat medewerkers van het Buurtteam mij benaderden. Ze vroegen mijn medewerking aan de introductie van een 'cliënt' in het buurthuis of aansluitend aan een ander buurt- of bewonersinitiatief. Door de werkwijze van aanwezigheid op 'straatniveau' in de wijk kende ik veel van die plekken. Ik probeerde de verbinding te leggen tussen de 'cliënt' en actieve andere buurtbewoners. Maar voor mij waren mensen geen 'cliënt'. Ik probeerde mij door iedereen te laten raken; ik was blij als dat gebeurde. Ik stond het me toe te ontdekken dat er in ieder mens eigenlijk een leuk mens schuil gaat. Dat beleef ik als een wonder.

Tabel 1 Overzicht contacten met het buurtpastoraat

  Aantal personen
Bereik 280
Regelmatig optrekken met bb 85
Intensief optrekken met bb 38
Totaal 280

Er is zeker sprake van een 'multiplyer-effect' in het werk. Dit is echter in deze tabellen niet verdisconteerd.

 

Tabel 2 Culturele achtergronden van de opgebouwde contacten

Aantal personen
Nederlandse 212
Marokkaans-Nederlandse 47
Turks-Nederlandse 8
Andere achtergronden 13
Totaal 280

 

Tabel 3 Leeftijden opgebouwde contacten

Aantal personen

Kinderen 0-12 jaar 0
Jongeren 13-18 jaar 1
Jongvolwassenen 19-25 jaar 19
Volwassenen tot 65 jaar 169
Volwassenen 65+ 91
Totaal 280
 
 
*